Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Integratie van studievaardigheden in het schoolvak Nederlands (Simone Walvisch)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

onderdeel tekstverklaren Nederlands wordt aangeleerd en de leerstrategie die het algemeen handelingsschema beoogt te zijn, is dat tekstverklaren vaak tekstgericht is, d.w.z. dat het doel van het leren lezen van de tekst tekstbegrip is, het begijpen van de hoofdgedachte en de argumentatie van de tekst. Het doel van het aanpakken van studieteksten kan heel divers zijn, afhankelijk van de docent of van de functie van de tekst binnen een grotere leertaak (bijvoorbeeld een werkstuk).

3 Het maken van aantekeningen tijdens de les

Het verschil tussen het bestuderen van een tekst en het maken van aantekeningen van de les zit 'm vooral in de planningsfase: bij een luisterles is er geen tekst die informatie over de structuur verschaft. Dat betekent dat de leerling tijdens het luisteren (de uitvoeringsfase) opmerkzaam moet zijn op structuurmarkeerders, wat het aantekeningen maken bij luisterlessen een zeer gecompliceerde vaardigheid maakt.(4) De stappen volgens het algemeen handelingsschema zien er bij het maken van aantekeningen als volgt uit:

 

Algemeen

handelingsschema

Het maken van aantekeningen

1:

De leerling oriënteert zich op de les:

De leerling oriënteert zich op

* wat is het onderwerp?

de leertaak

* wat is het doel van de les?

 

* wat is de voorkennis over dit onderwerp?

2:

De leerling vraagt (zich af) welke activiteiten tijdens de les doel-

De leerling maakt een

matig zijn (in relatie tot het doel):

planning van de leertaak

* alles opschrijven,

* alleen begrippen, definities,

* alleen grote lijn,

* schematiseren,

* alleen voorbeelden (functioneren als voorbeelden bij het boek),

* niets opschrijven:

3:

De leerling maakt aantekeningen bij de les;

De leerling voert de leertaak uit

* Wat is de hoofdzaak?

 

* Wat is de structuur van de les? (structuurmarkeerders)

4:

De leerling controleert de aantekeningen:

De leerling controleert

3

* door een tekstschema van de lesaantekeningen te maken,

* ofwel door het bij de les gemaakte schema te controleren op

consistentie:

 

De leerling controleert zijn/haar inzicht in de stof:

 

* formuleert mogelijke toetsvragen over de stof:

(schema 3)

4 Het toepassen van grammaticaregels

Vooral bij het ontleden zijn leerlingen geneigd zich te beperken tot de uitvoeringsfase van het leerproces: Hier kunnen een zorgvuldige oriëntatie en planning goed werk

241