Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Met het boek open. Kwaliteitscriteria voor schoolboeken Nederlands in de basisvorming (Theo Witte)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

kelijk wil ik er op wijzen dat mijn waardering alleen op deze ene schrijfles betrekking heeft en dus niet op de gehele methode! Beide lessen zijn als bijlage toegevoegd.

Het is binnen de doelstelling van deze bijdrage niet nodig om alle veertien punten die ik in Levende Talen besprak, hier te behandelen. Om toch tot een enigszins consistente beoordeling te komen, richt ik mij bij de bespreking van beide schrijflessen op de volgende bespreekpunten: de kerndoelen voor het onderdeel schrijven en drie vakdidactische criteria, namelijk strategisch handelen, transfer en stand van zaken schrijfdidactiek. Voordat ik beide lessen ga evalueren, zal ik de betreffende bespreek-punten toelichten, zodat de lezer voldoende inzicht krijgt in de achtergronden ervan:

3.1 De kerndoelen

In een schrijfles zullen we een kerndoel niet in zijn oorspronkelijke vorm aantreffen. Meestal zijn de leerstofelementen van een kerndoel over verschillende lessen verspreid en kunnen ze aan de orde komen bij verschillende onderdelen van het vak: De mate waarin dat gebeurt, kan bovendien verschillen: sommige elementen keren systematisch terug en worden uitgediept en intensief geoefend, ze vormen als het ware een cursorische leerlijn, terwijl andere elementen incidenteel of impliciet en slechts oppervlakkig worden behandeld. Kortom, om te kunnen beoordelen of een methode voldoende aandacht aan een bepaald kerndoel besteedt, moeten zowel kwantitatieve als kwalitatieve eigenschappen worden gewaardeerd.

Voor het beoordelen van een schrijfles zijn niet alleen de kerndoelen 7 en 8 in het geding. Ook de kerndoelen 12, 13, 15, 17, 18, 19 en 20 bevatten leerstof voor het schrijfonderwijs, evenals trouwens de vijf vakoverstijgende kerndoelen. Om een kerndoel in een les goed te kunnen herkennen, moet het worden ontleed in leerstofelementen. Ik zou te veel overhoop halen door al deze kerndoelen hier te behandelen; met de kerndoelen 7 en 8 kan ik mijn werkwijze al voldoende demonstreren.

Kerndoel 7 valt uiteen in drie onderdelen: publiekgerichtheid 'De leerlingen kunnen zich zowel zakelijk als persoonlijk schriftelijk uitdrukken ten behoeve van hun directe omgeving, officiële instanties, of toekomstige werkgevers'; doelgerichtheid 'met het oog op het geven of verkrijgen van de nodige informatie en het overhalen van de geadresseerde tot handelen'; taalgebruiksconventies 'Daarbij hanteren ze die conventies met betrekking tot interpunctie, spelling, structuur, kenmerken van tekstsoorten, taalgebruik en uiterlijke verzorging die daarvoor doelmatig zijn.' Elk onderdeel bestaat uit een aantal leerstofelementen; doelgerichtheid bevat bijvoorbeeld de lementen: geven van informatie, verkrijgen ervan, overhalen tot handelen. Kerndoel 8 bevat vier leerstofelementen: reageren op de tekst van anderen; suggesties geven ter verbetering; verwerken van reacties en suggesties; verbeteren van de (eigen) tekst.

Door het betreffende element te scoren kan de frequentie worden bepaald: Als we de scores van de elementen van een kerndoel in samenhang met elkaar bezien, hebben we een goede indicatie van de mate waarin een schoolboek aandacht besteedt aan een kerndoel. Dat is echter niet voldoende; ook de kwalitatieve eigenschappen van een les dienen, zoals gezegd, in de beoordeling te worden betrokken. Dit is mogelijk door de leeractiviteiten die in een les(senreeks) rond een leerstofelement plaatsvinden te waarderen. Een instrument hiervoor biedt het BIT-model van Boekaerts

245