Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Met het boek open. Kwaliteitscriteria voor schoolboeken Nederlands in de basisvorming (Theo Witte)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Oriënteringsfase

  1. Oriënteren op de taak

voorkennis activeren: wat weet en kan de leerling al (of nog niet)?;

leerdoel expliciteren en motiveren: wat gaat de leerling leren?; waarom moet hij dat leren, wanneer kan hij het gebruiken, wat is het belang ervan?

:   leerweg expliciteren en motiveren: hoe gaat hij dat leren?; waarom zo, en niet anders?

  1. Plannen van en voorbereiden op de taak

:   de leerling weet wat hij moet gaan doen (deelstappen) en wat er van hem verwacht wordt

:   de leerling weet hoeveel tijd er mee gemoeid is

Uitvoeringsfase

  1. De leerling voert de taak uit en houdt de vinger aan de pols ('monitoring'):

:   doe ik wat er van mij verwacht wordt?

.   pak ik het op de goede manier aan? etc:

Evaluatiefase

  1. Evaluatie:

is het leerdoel bereikt?

is er aan de gestelde eisen voldaan?

  1. Reflectie:

kwaliteitsanalyse leerresultaat en -proces: wat ging/was goed of fout en waar kwam dat door? vooruitblikken: wanneer en waar kan ik het toepassen? Hoe ga ik het dan aanpakken?

3.3 Transfer

Ook het algemeen didactische principe 'transfer' staat op dit moment in de belangstelling en ook hierbij heeft Van Parreren vermoedelijk een belangrijke rol gespeeld. Simons definieert transfer als volgt: 'Transfer heeft betrekking op de invloed die eerder geleerde kennis en vaardigheden hebben op het gebruik van die kennis en vaardigheden in nieuwe leersituaties, alsmede in toepassingssituaties' (Simons 1990): Als we dit in verband brengen met de drie pijlers van de basisvorming -Toepassen, Vaardigheden en Samenhang- dan kunnen we constateren dat dit concept een belangrijke plaats verdient in de didactiek van een basisvormingsmethode. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het in Bonset e.a. (1992) en Verbeek (1993) een duidelijke plaats heeft gekregen: Bovendien sluit het naadloos aan bij strategisch handelen: Immers, de voorkennis speelt in de oriëntatiefase een belangrijke rol en in de evaluatiefase worden de toepassingsmogelijkheden expliciet verkend. Simons' definitie leidt ertoe dat een methode op drie niveaus expliciet verbanden moet aanbrengen, namelijk tussen de actuele leersituatie en:

  1.  eerder geleerde kennis en ervaringen (activeren van voorkennis en ervaringen);

  2.  andere leersituaties (bijvoorbeeld dwarsverbanden tussen schrijven en spreken);

  3.  toepassingssituaties: i.c. deelvaardigheden en totaalvaardigheden; leeractiviteiten en relevante situaties buiten het leslokaal Nederlands.

Om te bepalen in welke mate transfer in het didactische concept van een methode is geïntegreerd, kunnen deze drie niveaus gescoord worden.

3.4 Stand van zaken schrijfdidactiek

Naast de meer algemeen didactische criteria zijn er voor de verschillende vakonderdelen uiteraard ook specifieke, vakdidactische criteria te formuleren. Het ligt voor de hand dat de schrijfdidactiek van een methode, die beoogt de schrijfvaardigheid van leerlingen te vergroten, geënt is op onderzoeksresultaten en op inzichten van deskundigen. Rijlaarsdam (1990) en De Glopper (1992) bieden daartoe enkele

247