Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Met het boek open. Kwaliteitscriteria voor schoolboeken Nederlands in de basisvorming (Theo Witte)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ijkpunten. Een effectieve schrijfdidactiek bevat in elk geval drie ingrediënten. Allereerst is het belangrijk dat de doelen en de leerstof zowel op het produkt als op het proces gericht zijn. Daarnaast is ook de werkvorm van belang: des te actiever de leerlingen bij de stof worden betrokken, en ze dus meer zelf doen en ontdekken, des te groter zal het leereffect zijn. Ook de nazorg is belangrijk: een wezenlijk onderdeel van het schrijfonderwijs is juist de fase na het schrijven van een eerste versie. Deze drie ingrediënten worden hieronder belicht. Ze blijken nauw aan te sluiten bij de kerndoelen en strategisch handelen.

Expliciete doelen en leerstof ten aanzien van het produkt en het proces

  1.  produktfactoren: de communicatieve situatie, het doel en publiek, de tekstsoort, de inhoud en de conventies (cf: kerndoelen 7, 12, 13, 17)

  2.  procesfactoren: strategieën t:b:v: het leren verwerven, verwerken en verstrekken van informatie (cf: kerndoel 8, 9, 10, 15, 18, 19, 20):

zoekstrategieën (brainstormen, maar ook informatie-bronnen leren gebruiken) verwerkingsstrategieën (selecteren en ordenen van informatie, bijvoorbeeld feit-mening, samenvatten, kolommenschema's, categoriseren)

schrijfstrategieën (probleemoplossingsprocedures, tips voor het oriënteren, genereren, plannen, formuleren en reviseren van de schrijftaak)

schrijfproces (kennis over het schrijfproces, problemen, mythen, valkuilen e:d:)

Interactieve onderwijsleervorm

  1.  Zelf bepaalde aspecten van schrijven ontdekken en ervaren (inductief leren, 'banend onderwijs') aan de hand van goede en slechte modellen:

  •  leerlingen ontdekken zelf de theorie (bijvoorbeeld de kenmerken van een bepaalde tekstsoort)

  •  leerlingen manipuleren zelf teksten (bijvoorbeeld voor verschillende doelgroepen) of experimenteren doelbewust met bepaalde procedures

:   leerlingen vergelijken en evalueren teksten en procedures

  1. Schrijfgroep/leerlinginteractie: Leerlingen overleggen met elkaar in kleine groepen, genereren ideeën, werken eerst samen aan een taak voordat ze die individueel uitvoeren: Aan de hand van duidelijk gestelde criteria kijken de leerlingen elkaars schrijfprodukt na, voorzien het van commentaar en doen suggesties:

Nazorg

  1.  Leerlingen evalueren hun tekst en het commentaar en schrijven de definitieve versie (kerndoel 8):

3.5 Bespreking schrijfles: 'werkstuk' uit Over en weer (lmhv p.135)

De leerlingen moeten voor hun klasgenoten een werkstukje maken over hun hobby: Na een zeer beknopte algemene introductie van de opdracht volgen drie deelopdrachten: In de marge staat een reeks topische vragen. De drie oefeningen:

de eerste oefening is gericht op het verwerven en selecteren van informatie uit

het geheugen, waarbij de leerling enige steun krijgt van topische vragen;

de tweede oefening is gericht op het verwerven van informatie uit diverse

informatiebronnen en is bedoeld als verrijkingsstof, dus facultatief;

de derde oefening is gericht op het schrijven, nakijken en verbeteren.

Bijdrage aan de kerndoelen

Kerndoel 7. Het onderdeel publiekgerichtheid omvat niet meer dan de aanduiding 'voor klasgenoten' in de opdracht. Ook de bijdrage aan de overige onderdelen houdt niet meer in dan enkele summiere instructies: doelgerichtheid ('In een werkstuk geef je informatie over een zakelijk onderwerp'); conventies ('Denk aan een: inleiding' etc. en 'Hou je aan de 4 schrijfregels'). Bij kerndoel 8 doet zich hetzelfde verschijnsel voor. Leerlingen wordt niet geleerd waarop ze precies moeten letten als ze het

248