werkstuk van een klasgenoot nakijken ('Is alles duidelijk?'). Ook de didactische ondersteuning voor het verwerken van commentaar ('Wat moet je nog verbeteren?') ontbreekt, en het herschrijven is niet meer dan de opdracht 'Verbeter je werk en schrijf in het net'. Werpen we globaal een blik op de andere kerndoelen, dan moeten we constateren dat deze les ook daaraan nauwelijks een bijdrage levert. Zelfs de definitie van de tekstsoort 'werkstuk' (kerndoel 17) is vaag: 'het is net zoiets als een informatief artikel in een krant of tijdschrift'.
De bijdrage van deze les aan de kerndoelen is zeer gering: Slechts bij het element tekststructuur stijgt de kwaliteit tot ±, de overige elementen scoren - of --.
Strategisch handelen
Bezien we deze schrijfles in het licht van de drie fasen, dan komen we tot de schrale oogst van een summiere en impliciete voorbereidings- en evaluatie-activiteit. Het meta-niveau ontbreekt in deze les. Er vindt geen oriëntatie plaats op de doelen en het belang van de leertaak. Ook de deeltaken worden niet ingekaderd: Zodoende zal de deeltaak informatie verwerven met behulp van topische vragen nauwelijks effect hebben: leerlingen wordt niet duidelijk gemaakt dat het een strategie betreft waarmee ze een stofvindings- en ordeningsprobleem op kunnen lossen. Ten aanzien van de uitvoering worden summier enkele formele produkteisen genoemd. Voor het overige (omvang, planning, aanpak e.d.) krijgt de leerling geen richtlijnen aangereikt en moet hij zich maar zien te redden. De evaluatiefase is eveneens vaag. Afgezien van de 4 schrijfregels hangt de evaluatie in de lucht. Van reflectie is geen sprake: De score van de vijf taken komt hier niet boven de -.
Deze schrijfles blijkt een schoolvoorbeeld te zijn van de praktijk waarvoor Van Parreren zo beducht was, namelijk: 'het direct aanleren van uitvoerende handelingen', zonder meer. Als de docent geen aanvullende instructies en richtlijnen geeft, zullen sommige leerlingen zeker ontsporen. Het rendement van deze les is bijzonder laag: De leerlingen zullen braaf 'een werkstuk' maken, maar zullen niet weten wat ze nu hebben geleerd, noch het nut van deze oefening inzien.
Transfer
Ook hier is het resultaat teleurstellend: voorkennis --, samenhang - en toepassen ±: De voorkennis wordt niet geactiveerd. Dat is opmerkelijk aangezien men ervan uit mag gaan dat de leerlingen op de basisschool een werkstuk hebben gemaakt. Ook wordt er geen verband gelegd met voorgaande lessen. De les komt bij wijze van spreken uit de lucht vallen. Met de instructie 'Bewaar je lijstje (...) voor oefening 24.' wordt een verband gelegd met de spreekbeurt. Daarnaast is er sprake van een impliciet verband met de leesles in hetzelfde hoofdstuk: het 'informatieve artikel' en de indeling 'inleiding, middenstuk, slot' zijn daar summier behandeld. Enkele deelvaardigheden (selecteren en ordenen van informatie) worden geoefend en moeten worden toegepast in de taaltaak (werkstukje schrijven). Ook de eerder behandelde schrijfregels moeten worden toegepast. Er wordt echter geen enkel verband gelegd met situaties buiten de les Nederlands. De les komt niet alleen uit de lucht vallen, maar vervluchtigt door het gebrek aan een kader bovendien.
Schrijfdidactiek
Deze beoordeling wordt eentonig: ook op de onderdelen van dit aspect komt de score
249