Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Een mooi vak: leraar Nederlands (P.H. Bosua)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

nieuwsgierig, opdat zij zich vragen gaan stellen waarop je later een antwoord zal geven. Een zekere mate van geheimzinnigheid en onverwachte wendingen in combinatie met een dosis humor verzekeren succes bij zo'n kennismaking. Vergeet nooit: de eerste klap   

2 Het waarom

Tot ongeveer zijn vijfde levensjaar lijkt ieder mens in zijn ontwikkeling voor een belangrijk deel te worden gedreven door nieuws- en leergierigheid. Er wordt dan ook wel eens gezegd dat één van de eerste onderwijstaken in de westerse cultuur het ontmantelen van deze twee menselijke eigenschappen is   Vooralsnog ga ik hier niet van uit, maar het tegendeel kon tot op heden ook nog niet bewezen worden. Hoewel een zekere mate van interesse geen garantie hoeft te zijn voor het activeren van de 'leerklieren', stelt ieder mens zich toch vaak al dan niet bewust de vraag: WAAROM. Het wonderlijke hierbij is toch, dat we moeten constateren dat de wetenschap zich deze vraag in algemene zin voortdurend blijft stellen, terwijl het individu juist steeds vaker deze vraag probeert te mijden. Zo komt het mij althans voor. Bijna dagelijks hoor ik het mijn leerlingen zeggen: 'Wat maakt dat nu uit meneer. Het is toch gewoon zo. Kan ons het schelen waarom!' Terwijl ik vind: Het moèt ze kunnen schelen. De volgende stap is namelijk: 'Meneer het is zo saai! En wat heeft het allemaal voor zin?' Omdat elke les zinvol moet zijn, ligt hierin direct de aansluiting met het duidelijk maken van het waarom.

Natuurlijk realiseer ik mij, dat niet altijd een pasklaar antwoord even gemakkelijk te formuleren valt en soms misschien zelfs niet kán worden gegeven. Maar om een antwoord te formuleren of te krijgen moet men zich vaak moeite getroosten; moeten de 'grijze cellen' worden gebruikt! En erger nog: een antwoord roept vaak weer nieuwe vragen op. 'Naarmate men meer weet, weet men minder!' Het vermijden van de 'waarom-vraag' lijkt helaas maar al te vaak een excuus voor het kiezen voor gemakzucht en passiviteit met collectieve desinteresse bij de leerlingen als gevolg. Binnen de maatschappij plakken we er een mooi etiketje op: Vertrossing! En klaar is Kees! Maar zo gemakkelijk komt de leraar Nederlands er niet van af. Het is zijn taak en zijn plicht de leerlingen te motiveren voor de vraag WAAROM. Dit zal overigens ook de leerkracht motiveren, terwijl eveneens een grote mate van efficiëntie wordt bereikt. Er zullen minder snel overbodige zaken aan de orde komen tijdens de les. Gelukkig heeft de leraar Nederlands het hierbij ontzettend veel gemakkelijker dan zijn collega's, omdat elke taaluiting zin heeft en elke verandering hierin ook. Een voorbeeld:

De man slaat de hond,

De hond wordt geslagen door de man.

Bij de uitleg zal van het betekenisonderscheid moeten worden uitgegaan om de begrippen passief en actief te verduidelijken (deductie). En niet andersom! (zoals dat zo vaak gebeurt)

Hij verdwijnt snel op de fiets. Snel verdwijnt hij op de fiets.

30