Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Een mooi vak: leraar Nederlands (P.H. Bosua)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Laat de leerlingen zelf ontdekken waarom het onderwerp dan wel de bijwoordelijke . bepaling vooropgeplaatst wordt.

Een ander concreet voorbeeld waarmee leerlingen kunnen worden overtuigd is het waarom van het lezen van (jeugd)literatuur. De thema's die worden behandeld in de talloze jeugdboeken en vooral ook de wijze waarop de auteurs dit doen, is van een zo boeiend en tegelijkertijd leerzaam karakter, dat slechts het voorlezen van een enkele passage de leerlingen reeds uitnodigt tot het lezen ervan. De aan de binnenkant van hun hersens vastgeklonterde 'knobbels der leergierigheid en nieuwsgierigheid' worden automatisch weer losgeweekt en geactiveerd.

3 Het hoe

Met name het vak Nederlands eist van de docent dat hij zich voortdurend bewust is van het probleem hoe de dingen het best kunnen worden aangepakt. 'Hoe vertel ik het hun' is één van de vragen die telkens terug moeten keren. Het antwoord zal vanzelfsprekend sterk afhangen van de doelgroep en de beginsituatie van de leerlingen, maar een aantal 'gouden' principes mogen nooit worden vergeten.

Logica

De dingen moeten zo logisch mogelijk worden uitgelegd. Het antwoord op de vraag naar het onderwerp -wie/wat + pv?- lijkt wel logisch voor de mathematici onder ons, maar geen enkele mavo-leerling zal ooit bewust deze 'formule' toepassen bij het formuleren van zijn zinnen. Heel veel van mijn mavo-leerlingen komen van de basisschool met de 'negen' koppelwerkwoorden keurig uit het hoofd geleerd. Zij zullen vrijwel zonder uitzondering tot en met de vierde klas deze werkwoorden in élke zin als koppelwerkwoord benoemen. 'Als ik er al van uit mag gaan dat het zin heeft om een koppelwerkwoord als zodanig te kunnen herkennen, dan nog stel ik mijzelf altijd de vraag: hoe vertel ik het hun? Zeker niet door hen domweg het rijtje van negen uit het hoofd te laten leren! Dit is zinloos en neemt bovendien alle motivatie weg.

Je zult de leerlingen zeer concreet de regels van de taalkunde-didactici moeten laten beleven: het werkwoord geven is overgankelijk. Jawel, maar waarom en hoe laat ik hen 'voelen' dat dit zo is, evenals de werkwoorden vertellen, schrijven enz. Omdat de computer die wij hersenen noemen, simpelweg bij deze werkwoorden 'vraagt' om een lijdend voorwerp. Het is even logisch als het antwoord op de vraag: wat mis je bij een veld met twee doelen aan beide kanten? (Het soort elftal is bijzaak!)

Ik geef toe, dit vereist van elke docent creativiteit, maar toch zeker ook een goede lesvoorbereiding. Met het actueel houden van zijn voorbeelden houdt hij tevens zijn lessen levendig! Daarmee komen we bij het volgende punt.

Belevingswereld

De inhoud van elk voorbeeld of van iedere uitleg moet aansluiten bij de belevingswereld van de leerling. Het begrip 'alliteratie' kan in sommige gevallen prachtig worden duidelijk gemaakt met een dichtregel als 'een warme wind wuift langs de wilgen aan de waterkant', maar voor cursisten verkooptechniek zal 'Heerlijk, Helder, Heineken.'

31