Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: SITA - systematische, interactieve tekstanalyse (Henk Bakker)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

tussen de alinea's in het middenstuk.

c.   Vaststelling van de onderlinge hiërarchie van de alinea's.

III   Evaluatiefase

Vaststelling van de tekstsoort, het tekstpatroon, zodat de inhoudelijke relatie van inleiding, middenstuk en slot ten opzichte van elkaar benoemd wordt. De retorische functie van inleiding en slot ten opzichte van de lezer blijft in het programma onbehandeld, maar komt in de colleges uiteraard wel aan de orde.

Het tekstschema bestaat uit de antwoorden op de vragen die per fase gesteld worden.

Er is sprake van een interactieve analyse met afwisseling van top down- en bottomup-aanpak, van globaal en intensief lezen. Daarnaast is er interactie tussen leerling en computerprogramma met directe feedback per gegeven goed of fout antwoord. Doordat er voortgeborduurd wordt op wat er in de 'vooropleidingen en de daar gebruikte schoolmethoden bèhandeld is, ontstaat er geen breuk in de aanpak van teksten, maar wordt die gesystematiseerd.(8) De studenten ervaren die terugkoppeling alleen in het begin van de cursus en dan nog maar gedeeltelijk als een herhaling van bekende stof. Voor de eerstejaars zijn met name het indelen van de tekst en de nadere indeling van het middenstuk, het vaststellen van de alineaverbanden en de hiërarchie van de alinea's ten opzichte van elkaar eerder nieuwe stof dan herhaling van bekende stof, evenals het vaststellen van het teksttype.

De opgenomen teksten zijn vrijwel allemaal bewerkt. Dit is gedaan omdat het tekstmateriaal uit opiniepagina's en weekendbijlagen van de landelijke kranten weliswaar zeer leesbaar is, maar de opbouw ervan vaak onduidelijk, voor verbetering vatbaar. Didactisch heeft het meer zin een systematische aanpak in te oefenen met teksten die 'kloppen' dan om direct te vervallen in uitzonderingen op de regel. In een computerprogramma is het bovendien niet mogelijk allerlei subtiliteiten op het gebied van stijl, vormgeving en betekenis te verwerken. Dat impliceert dus dat het programma de docent allesbehalve overbodig maakt. Het programma ondersteunt de lessen van de docent en slijpt een aanpak in. De noodzakelijke variaties op die aanpak blijven een zaak van de docent. Het doel van het programma is niet meer dan het aanbrengen van systematiek en oefening in de tekstanalyse. Het gebruik van het programma moet ingekaderd zijn in een lessenreeks, waarbij de docent in gewone lessen moeilijke; lange en minder eenduidige teksten voor zijn rekening neemt.

De teksten zijn qua moeilijkheidsgraad zodanig dat de gemiddelde student al snel het nut van een goede en gedegen tekstanalyse inziet. Een belangrijk leermoment in de cursus is ook het stellen van 'tentamen'vragen over een tekst die beantwoord moeten kunnen worden aan de hand van het gemaakte tekstschema. De lengte van de teksten blijft in verband met de grootte van het beeldscherm (± 20 regels tekst) en het gewenste overzicht over de tekst beperkt tot één à twee kantjes A4. In de vormgeving van het programma is er daarom naast een tekstscherm van maximale grootte een vraag- en antwoordscherm. Tussen beide schermen kan met één druk op een functietoets heen en weer geswitcht worden. Vanuit de vraag heeft men steeds zicht op het relevante gedeelte van de tekst. Wij laten één scherm zien:

4