Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Beoogd betoog (Antoine Braet)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Beoogd betoog

Een cursus mondelinge (en schriftelijke) betogen voor de bovenbouw van havo-vwo Antoine Braet

'Taal zodanig leren gebruiken dat je iemand in een discussie leert overtuigen', dat lijkt de gemiddelde (vwo-)bovenbouwleerling zowel de leukste als de nuttigste bezigheid in de taallessen. Deze activiteit scoorde althans het hoogst op een lijst van een dertigtal onderwerpen -van de meest theoretisch taalkundige tot de meest praktisch communicatieve- die onlangs aan 353 welgekozen leerlingen werd voorgelegd. Maar liefst 80% lijkt dit leuk en 90% nuttig (De Bree 1992).

Deze enquête-uitslag ligt in de lijn van de uitkomst van het behoeftenonderzoek dat voor de CVEN is verricht (Het cven-rapport, hoofdstuk 3). Het lijkt ook bijval te betekenen voor het CVEN-voorstel om in de nieuwe eindexamenprogramma's voor havo-vwo de betogende spreekbeurt met discussie na, het debat of de groepsdiscussie prioriteit te geven bij de mondelinge taalvaardigheid. Voor de overheid lijkt het me een extra reden om voorwaarden te scheppen om dit soort kennelijk erg wenselijke onderwijs voor alle docenten uitvoerbaar te waken.

Gegeven het feit dat je iemand op verschillende manieren kunt scholen in het leren overtuigen en gegeven het feit dat er zelfs onder veel idealere omstandigheden dan we nu kennen geen tijd zal zijn voor alle zinvolle methoden, zal er gekozen moeten worden. Nu sta ik -geloof ik- bekend als de grote pleitbezorger van het debatteren. Ik moet ook zeggen dat ik dat de meest aantrekkelijke en leerzame werkvorm vind, maar dat wil niet zeggen dat ik tegen de groepsdiscussie of de betogende spreekbeurt zou zijn. Ik zet mijn kaarten voorlopig zelfs op die betogende spreekbeurt, omdat deze methode drie niet te verwaarlozen voordelen heeft, die haar ook nu al voor velen hanteerbaar maakt:

zij staat het dichtst bij de traditionele spreekbeurt;

zij is relatief docentvriendelijk qua vertrouwdheid en organisatie; zij maakt een goede wisselwerking mogelijk met schrijfvaardigheid.

Ik zal deze voordelen niet in abstracto gaan toelichten, ik zal ze proberen 'hard te maken' door een cursus 'mondelinge (en ook schriftelijke) betogen voor de bovenbouw' te presenteren. Het gaat hier om een cursus die al jarenlang gegeven wordt in de propaedeuse van de studie Nederlands aan de universiteit van Leiden. De afstand tot de bovenbouw van havo-vwo is volgens mij vrij minimaal, zoals ook bewezen wordt door het feit dat de cursus -meer of minder aangepast- ook op middelbare scholen gegeven wordt. Ik zal mijn best doen om mijn uiteenzetting zo concreet en praktisch mogelijk te houden. (In Het cven-rapport, paragraaf 6.2, staat een beknopte versie van het vervolg, zonder uitwerking van de didactiek. Braet 1991 bevat een meer geavanceerd model voor betogen over beleidskwesties dan hier voorgesteld wordt, maar een samenvoeging is mogelijk.)

40