taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)


Bijdrage: Beoogd betoog (Antoine Braet)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

spreker en gehoor. Oogcontact, het oproepen van reacties en het daarop inspelen, publiekgericht omgaan met aantekeningen en eventuele hulpmiddelen, dit alles kenmerkt de goede spreker, maar is voor veel beginners nauwelijks weggelegd.

5 VERWEER

5.1 en 5.2 Inhoudelijk gezien gaat het in de eerste plaats om het tonen van een goed begrip: men mag niet, door eigen schuld, langs de tegenwerpingen heen praten. In de tweede plaats moet het verweer plausibel zijn. Naar de vorm gelden opnieuw de criteria voor verwoording en presentatie.

(De aangevoerde kritiek kan volgens een analoge tweeslag beoordeeld worden: zijn de tegenwerpingen inhoudelijk relevant (genoeg) en goed doordacht en vormelijk goed gebracht. Zie voor een 'verrekening' van deze oordelen paragraaf 6.)

6 De oefenronde

De oefenronde dient om de sprekers een eerste ervaring met het spreken te geven. Daarnaast gaat het erom adat zij zoveel mogelijk feedback krijgen. Daartoe wordt om een eenvoudige video-opname van elke beurt gemaakt. Iedere spreker kijkt achteraf naar zichzelf: betere feedback is niet denkbaar! Verder worden door de docent en de andere toehoorders beoordelingsschema's ingevuld. Achter elk van de criteria 1.1 tot en met 5.2 wordt door de beoordelaren in korte bewoordingen een oordeel gegeven. Op de stippellijnen wordt uitvoeriger op de belangrijkste punten ingegaan. Op de vijfpuntsschaal achter de hoofdcategorieën wordt een intuïtief gesommeerd oordeel over de betreffende hoofddimensie gegeven. Achter Eindoordeel wordt in deze ronde een indicatie van het niveau gegeven, plus -bij wijze van advies- een sterkte-zwakteanalyse. De sprekers bestuderen de beoordelingen voordat ze naar de opnames gaan kijken. De opname dient als het ware als 'bewijsmateriaal' bij de beoordelingen. Omdat in de oefenronde niet alleen de docent, maar ook alle studenten een beoordelingsschema invullen, heeft het schema behalve een diagnostische functie voor de sprekers nog een belangrijke functie: het maakt de deelnemers, al invullende, bewuster van de eisen die gelden in de cijferronde.

7 De cijferronde

In de cijferronde ligt het voor de hand dat alleen de docent het beoordelingsschema invult (zie voor de andere deelnemers verderop). Bij het invullen van het schema kan dan hetzelfde gewerkt worden als in de oefenronde, maar komt bij het eindoordeel een cijfer. Mogelijk is nu te volstaan met een min, plus/min of plus achter elk criterium. (Eventueel kan men met de hoofdcategorieën volstaan.) Voor de weging van de (hoofd)criteria en de afleiding van het eindoordeel, het cijfer, moet ik kortheidshalve naar CVEN-rapport:144 verwijzen. (Voorbijgaand aan de toetstechnische overwegingen op die plaats, kan ik zeggen dat het neerkomt op een persoonlijke afweging en een vrij gevoelsmatige 'optelling' van de deelscores per hoofdcategorie.)

Tot slot: binnen de geschetste opzet is er per deelnemer van drie prestaties sprake: eenmaal als inleider en tweemaal als criticus. Men kan met een malus/bonus-systeem

47

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties