werkwoordspelling. Nu lijkt het ons in ieder geval noodzakelijk om in dit verband meer grammaticale noties te behandelen dan de in het kerndoel genoemde (persoonsvorm, onderwerp en gezegden met een voltooid deelwoord). Als je de hele werkwoordsspelling aan de orde wilt stellen, moet je ook de volgende begrippen behandelen: bijvoeglijk naamwoord, onvoltooid deelwoord, infinitief en congruentie. Je kunt de leerlingen eventueel ook nog de lijdende vorm plus lijdend en meewerkend voorwerp voorschotelen. Anders zou je alleen maar mogen zeggen dat 'De kinderen' in 'De kinderen wordt een cadeau gegeven' geen onderwerp is. Maar de meeste leerlingen die we hebben meegemaakt, willen ook weten wat iets wèl is en zelfs waarom.
Taalkunde kan vooral in het schriftelijk taalvaardigheidsonderwijs een rol spelen. In het huidige moedertaalonderwijs worden teksten bijna alleen nog maar op meso- en macro-niveau bestudeerd. Leerlingen leren van alles over alineaverbanden, de functie van tussenkopjes, paragraafindeling, indeling in inleiding, kern en slot enzovoort. Het microniveau, de zin, wordt overgeslagen. We kunnen ons dat goed voorstellen, na jarenlang tekstonderwijs dat alleen maar op dat microniveau opereerde. We pleiten daarom ook niet voor taalvaardigheidsonderwijs dat zich uitsluitend bezighoudt met de bestudering van zeugma's (Hier zet men koffie en over), overspannen-tangconstructies en foutieve beknopte bijzinnen. We pleiten er wel voor om passieve en actieve schriftelijke taalvaardigheid op alle niveaus aan de orde te stellen in het moedertaalonderwijs. Op dat microniveau kan de taalkunde een ondersteuning zijn, bijvoorbeeld bij het oplossen van syntactische ambiguïteiten en bij het leren hanteren van ingewikkelde zinnen. Hoe dat onderwijs zinvol en aantrekkelijk te maken is, is een vraag waar we in dit kader niet op ingaan, maar we zijn ervan overtuigd dat het kan.
5 Nederlandse taalkunde en de moderne vreemde talen
De opvattingen over de rol van taalkundige kennis, opgedaan in het moedertaalonderwijs, bij de verwerving van moderne vreemde talen, lopen behoorlijk uiteen:
-'In de publikaties van de ontwikkelgroepen voor de eindtermen voor Nederlands en de moderne vreemde talen wordt uitgesproken dat een ondersteuning van grammatica voor de moderne vreemde talen vanuit het vak Nederlands niet functioneel wordt geacht.'(Verbeek 1993: 17)
-'Beide commissies (de eindtermencommissies Nederlands en Moderne Vreemde Talen, CB/MO) zijn ervan overtuigd dat transfer van kennis en vaardigheden op dit terrein (dit terrein = het gebied van de traditionele grammatica ten dienste van het onderwijs in de moderne vreemde talen, CB/MO) uiterst gering is. Het tijdstip van noodzakelijke aanbieding in de verschillende vakken is niet gelijk en bovendien is de structuur van de talen zo verschillend dat dit per taal om een andere didactische benadering vraagt.' (Advies over de voorlopige eindtermen basisvorming in het voortgezet onderwijs, deel 8, Nederlands, p. 10)
-'In de taalpsychologie wordt (...) aangenomen dat omstreeks het twaalfde levensjaar een kritische periode voor het leren van een taal afloopt (...). Vanaf die leeftijd gaat het vermogen om spelenderwijs een taal op te pikken uit de omgeving danig achteruit. Bovendien (...) vergt het een intensief contact met de vreemde taal -iets wat moeilijk te realiseren is voor grote groepen leerlingen. In de praktijk kan het vto daarom niet zonder een flinke dosis expliciete grammaticabegrippen en -regels.' Kempen 1993:459.
-'(Traditionele grammatica) is van belang voor het onderwijs in de klassieke talen en in Frans, Duits, Engels of welke moderne vreemde taal de leerlingen ook maar kunnen leren.(...)Hoe kan een kind anders de naamvallen in het Duits leren of het passief in het Engels of Frans?' (Klein 1992: 255) -'De grammatica wordt in deze Kerndoelen volledig ondergeschikt gemaakt aan de spelling van de werkwoordsvormen in de kerndoelen. Het is niet juist om alleen die grammatica-onderdelen te behandelen die iets te maken zouden hebben met de spelling. (...). Ten dienste van het onderwijs in de vreemde talen, ook het vak Duits kan in de eerste klas aangeleerd worden in de basisvorming, moet ook de
52