Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Taalkunde in de basisvorming (Carl Brüsewitz & Marja Out)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

zinsontleding worden aangeleerd.' (Goed Nederlands 1993: 26-27)

Er zijn nog tal van andere intentieverklaringen, maar deze dekken aardig de lading. Het blijkt dat er aperte voor- en tegenstanders bestaan van grammatica in het mto als ondersteuning voor het mvt-onderwijs. Volgens Bonset e.a. (1981) was het zo'n vijftien jaar geleden nog zo dat 91% van een ondervraagde groep leraren het argument 'grammatica-onderwijs is van belang voor mvt-onderwijs' onderschreef (p.427). Welk percentage moedertaaldocenten dit argument tegenwoordig nog steunt, is ons onbekend. De uitspraak in het laatste citaat hierboven doet vermoeden dat er wat dat betreft weinig veranderd is. Een vraag die nog interessanter is, luidt: 'Zijn de docenten mvt eigenlijk wel gediend van onze hulp?' De vraag is eigenlijk tweeledig. Ten eerste: is grammatica-onderwijs noodzakelijk in het vreemde-talenonderwijs? Als deze vraag positief beantwoord wordt, kan er een antwoord gegeven worden op de volgende vraag: kan grammatica in het mto een ondersteuning zijn voor het vto?

De vraag van Klein, hierboven, is volgens hem kennelijk retorisch -hij geeft zelf geen antwoord. Er zijn echter wel degelijk antwoorden op deze vraag mogelijk! Er zijn verschillende manieren waarop grammatica in het mvt-onderwijs een rol kan spelen. Het onvolprezen Moedertaaldidactiek verschaft ons daaromtrent de volgende indeling.

  1. Bij de grammatica-vertaalmethode speelt de grammatica een belangrijke rol:

'Tot de leerstof behoort een systeem van regels, uitzonderingen op deze regels en vormenrijtjes of paradigma's. De grammatica heeft vooral betrekking op die aspecten waarin de vreemde taal verschilt van de moedertaal.' (Bonset e.a. 1981: 377).

  1. De directe methode is als reactie hierop te beschouwen. Volgens deze methode mag de moedertaal in de klas nooit worden gebruikt. Vertalen is dus uitgesloten.

'Woordenschat en grammatica moeten worden geassimileerd op dezelfde wijze als bij de verwerving van de moedertaal: via uitbeelding met gebaren en plaatjes, door parafrasering met bekende woorden of door variaties van de context. Net zo min als kinderen of 'native speakers' heeft de leerling hiervoor grammaticale kennis nodig.' (Bonset e.a. 1981: 378).

Er kleven bezwaren aan het strikt hanteren van deze 'onderdompelingsmethode' bij het mvt-onderwijs. Ze gaat ervan uit dat vreemde-taalverwerving op dezelfde manier plaatsvindt als eerste-taalverwerving. Er zijn echter belangrijke verschillen, maken

Het eerste verschil betreft de leersituatie. In het geval van het leren van de moedertaal 'is er eigenlijk helemaal geen sprake van een leersituatie in de traditionele zin van het woord. Bij het leren van een vreemde taal gaat het vrijwel altijd om een gestuurde leersituatie. (...) Een tweede verschil betreft de structurering van het taalaanbod. Bij moedertaalverwerving vindt systematische aanbieding van gestructureerd taalmateriaal niet plaats. Bij het gestuurd leren van een vreemde taal is dit wel het geval. (...) Een derde, uiterst belangrijk verschil betreft de cognitieve ontwikkeling. (...Moedertaalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling van het kind vinden) ongeveer tegelijkertijd plaats. In zekere zin bepaalt de cognitieve ontwikkeling welke concepten het kind in zijn moedertaal vorm kan geven. Bij het leren van een vreemde taal is de cognitieve ontwikkeling vrijwel afgerond. (...) De afgeronde cognitieve ontwikkeling zal er ongetwijfeld voor zorgen dat het leren van een vreemde taal anders verloopt. Een vierde verschil is beschikbare tijd. (Frijn & De Haan 1991: 244-245)

  1. Het lijkt erop alsof de cognitieve benadering de meeste vruchten zal afwerpen in

53