Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Teksttypen leren schrijven (Peter Burghouts)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Teksttypen leren schrijven

Peter Burghouts

Inleiding

Het accent bij schrijfonderwijs ligt tegenwoordig op het stappenplan, op de planning van schrijven als een proces. De schrijver dient een aantal handelingen te verrichten zoals documenteren, doel en publiek bepalen, ordenen, formuleren, reviseren. Het zijn handelingen die uiteindelijk moeten leiden tot een tekst. Vrij weinig aandacht was en is er voor het teksttype, de tekstsoort waarmee een bepaald effect, een doel dus, bij de lezer kan worden bereikt. Ik pleit ervoor het teksttype als uitgangspunt te nemen voor schrijfonderwijs. Het is interessanter voor de leerlingen dan schrijfonderwijs vanuit het stappenplan en het levert ook meer op. U mag me hierbij op mijn woord geloven, want ik kan het voorlopig niet bewijzen met onderzoek.

1 Wat zijn teksttypen en welke soorten zijn er?

Meestal wordt gesproken over vier teksttypen op grond van het nagestreefde effect. De lezer kan worden geïnformeerd, geactiveerd, overtuigd of geamuseerd. Zelden worden aan deze doelstellingen ook teksttypen als middel gekoppeld.

De enige tekstsoort die in bijna alle methodes wordt beschreven is de brief, waarbij men een onderscheid maakt tussen sollicitatiebrief, klachtbrief, verzoekbrief. Daarbij is nauwelijks sprake van een systematische beschrijving van het teksttype, een beschrijving vanuit een beperkt aantal kenmerkende invalshoeken. Ik heb geprobeerd een teksttypologie te ontwerpen op basis van kenmerken voor inhoud, opbouw en stijl.

Bij de inhoud zoek ik kenmerken voor de wijze waarop de schrijver omgaat met zijn onderwerp. Welke houding neemt hij aan t o.v. zijn onderwerp? Ik kies voor een meer psychologische benadering: een schrijver kan het onderwerp registreren, zich erin inleven, erover generaliseren en erover betogen (zie Burghouts 1984).

De opbouw van de tekst bestaat uit een geordende reeks vragen die worden beantwoord. Vaak zijn het de vaste structuren van Steehouder (1992). Stijl is de formulering, die moet voldoen aan eisen van correctheid, begrijpelijkheid, aantrekkelijkheid en passende toon. De toon moet passen bij de inhoud: een emotioneel betoog moet bijvoorbeeld emotioneel taalgebruik vertonen, zoals emotionele stijlfiguren.

Ik ga uit van een ideaaltypische benadering: ik beschrijf teksttypen waarin de kenmerken op een ideale wijze aanwezig zijn. Eigenlijk is dit een retorische benadering van de teksttypen, heel oud, klassiek wel, zou je mogen zeggen. Ze wordt toegepast in de literatuurwetenschap en de leer van de toespraken, maar slechts beperkt in methodes voor zakelijke communicatie bij het schoolvak Nederlands. Wel vindt u deze benadering in Pijler (havo/vwo) en Zakelijke communicatie (hbo).

57