Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De saaiheid van de lessen Nederlands (Ides Callebaut)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Anders hadden de schrijvers onmiddellijk de uitleg geschreven en niet hun gedicht of hun verhaal. Daarmee wil ik niet zeggen dat uitleg niet kan helpen, maar hij mag nooit in de plaats van de tekst komen of in de weg gaan staan, zoals vaak gebeurt.

5 Hoe komt het dat leerkrachten zo blind zijn en wat kunnen we eraan doen?

Een bevredigend antwoord op de vraag waarom leerkrachten zo blind zijn, vond ik bij de filosoof Cornelis Verhoeven: door onze behoefte om alles rationeel te verklaren, door onze behoefte om alle nieuwe dingen in te passen in de denkschema's die we al hebben en er zo macht over te krijgen, hebben we verleerd de dingen te bekijken zoals ze zijn. Daarom pleit Verhoeven voor een houding van 'beschouwelijkheid': de werkelijkheid met verwondering bekijken zoals ze zich aan ons voordoet. Zo'n manier van kijken helpt ons minder blind te zijn, en maakt ons nog gelukkiger ook: als we zo kijken, vinden we niets meer gewoon en banaal.

Wat eraan te doen? Ik zou met Lucebert zeggen: "de ruimte van het volledig leven tot uitdrukking brengen". Wat dus ook goede kunstenaars, wetenschapsmensen en filosofen proberen te doen. We leren onze leerlingen dan niet alleen taal gebruiken om te communiceren, maar ook om te conceptualiseren. Als we onze leerlingen laten oefenen, vertrekken we zoveel mogelijk van reële situaties en als we vanuit gefingeerde situaties vertrekken, roepen we die eerst in al hun facetten op. Taalgebruik bespreken en beoordelen we niet alleen wat de taalsystematiek betreft, maar we betrekken er de hele communicatiesituatie in.

Wat taalbeschouwing betreft, bekijken we niet alleen schriftelijke maar ook mondelinge taal, zowel van de leerlingen zelf als van andere mensen, niet alleen schools AN, maar ook andere registers en dialecten. We onderzoeken niet alleen de taalsystematiek, maar ook het taalgebruik en we bekijken daarbij dan zoveel mogelijk de volledige communicatiesituatie. We beperken literatuur niet alleen tot fictie, maar we lezen alles wat onze leerlingen vaak onder de ogen krijgen. We benaderen elke tekst met gepaste aandacht en hoffelijkheid en proberen daarbij de gehele communicatiesituatie van de tekst te begrijpen, maar we beseffen dat dat eigenlijk nooit helemaal kan. Dat uitleggen dus soms een uiting is van niet begrijpen. Dat ver- en bewondering soms gepaster zijn dan vals begrip. We beseffen dat leren lezen ook betekent andere mensen op een menselijke manier leren benaderen. Ik ben er zeker van dat zo'n onderwijs veel, veel leuker en waarachtiger is dan wat men er nu van maakt.

Troostend is misschien het besef dat saaiheid waarschijnlijk minder een kwestie is van talent, aanleg of humeur dan een kwestie van echter kijken, weten, begrijpen. En dat is geen onbegonnen zaak en het heeft ook niets met bezuinigingen te maken, wel met kwaliteitsverbetering. Ik hoop dat ook deze voorstelling van zaken geen te simpele reductie is van een complex probleem...

70