Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Postmoderne Oosteuropese teksten (Martine de Clercq)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Postmoderne Oosteuropese teksten

Martine de Clercq(1)

Het begrip Oosteuropese literatuur is een complexe entiteit. Globaal gezien horen ook de Roemeense en Bulgaarse literaturen daar ook bij. Een woordje uitleg bij de 'Oostduitse literatuur' zou hier niet misstaan. We hebben ons echter om begrijpelijke redenen moeten beperken tot een aantal gebieden en hebben omwille van een zekere vorm van vertrouwdheid gekozen voor hoofdzakelijk twee literaturen, de Tsjechische en de Hongaarse. Misschien liggen ze ook omwille van hun druk bezochte steden, Praag en Boedapest, iets dichterbij.

Als we het hebben over de andere component van de titel van deze bijdrage, het postmodernisme, dan moeten we ook hier de nodige reserves inbouwen. We zijn heel snel geneigd om een aantal begrippen die onder meer door Franse filosofen zijn bedacht, zoals J.F.Lyotard in zijn La condition postmoderne (1979) en door onder meer Italiaanse (U.Eco, I.Calvino) en Engelse auteurs (J.Barnes, A.S.Byatt) zijn uitgewerkt, te projecteren op culturen met uiterst complexe relaties.

De postmoderne roman wordt, zo luidt het, gekenmerkt door de terugkeer naar het verhaal, maar met een in vraagstelling van de presentatie. De vorm wordt op een speelse, ludieke, deconstructivistische manier in vraag gesteld. De meest hybridische vormen worden op de scene gevoerd: realisme, sprookje, geschiedenis, thriller. De vrouwelijke literatuur komt ook sterker op de voorgrond, al dan niet feministisch gekleurd. En de aandacht voor een soort 'biografisme' is steeds sterker aanwezig.

In de werken die we even concreet zullen bespreken zijn een aantal van de hierboven geschetste kenmerken ook terug te vinden. De vraag rijst echter of het spel-element, dat in heel wat van die werken aanwezig is, ook niet gekleurd wordt door een eigen specifieke, i.c. Tsjechische of Hongaarse traditie (bijvoorbeeld de rol van de Jiddische verhalen , de specifieke humor van de 'witz', en de 'slavische mentaliteit').

Voor de eerste tekst in het bundeltje 'tekstfragmenten van Centraal-en Oosteuropese teksten' (cf. J.Hermsen red., EuroPA.LETteren, Vereniging Europese Letteren, 1993), hebben we gekozen voor Lachwekkende liefdes van Milan Kundera , geboren in 1929 in Praag en sinds 1975 wonende in Frankrijk. Het gaat om een bundel verhalen uit de periode 1963 tot 1968. Het werk verscheen in Nederlandse vertaling in 1986.

We nemen aan dat hij de meest gekende auteur is, sinds onder meer de verfilming in 1988 van zijn boek De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (1983;1985) door Philip Kaufman en sinds de uitgave van De kunst van de roman, Baarn, 1987, waarin hij essays bundelt over de kunst van het romanschrijven. Ze zijn geschreven op een onderhoudende en luchtige manier. Het lichtvoetige en het 'humoristische', zoals in de roman ook wordt weergegeven, lijkt in tegenspraak met zijn pessimistische denkbeelden, maar het is misschien een typische Tsjechische eigenschap (cf. Hasek) om die paradox weer te geven.

71