Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Postmoderne Oosteuropese teksten (Martine de Clercq)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

De culturele grens ziet hij niet tussen West- en Oost-Europa, maar tussen West- en Midden-Europa enerzijds en Rusland anderzijds. Centraal staat bij hem de Midden-Europese literatuur met Polen, Oostenrijk en Tsjechië, met auteurs als Gombrowicz, Musil, Kafka. Telkens gaat het om een fundamenteel paradoxale literatuur. Hij koestert ook een grote bewondering voor Cervantes en de picareske roman en voor Diderot, waarvoor hij een Hommage (Ambo, 1986) schreef in zijn Jacques en de fatalist. Het was oorspronkelijk in 1971 verschenen op het moment dat hij zijn eigen werk niet meer kon publiceren in Tsjechoslowakije. Diderot is voor hem het voorbeeld voor het vrije denken, gepersonifieerd in de relatie van de meester en zijn knecht, en hun onderlinge afhankelijkheid. Voor hem is hij ook het toonbeeld van de 'wijsheid van de onzekerheid'. De humor speelt een belangrijke rol in zijn werk; te beginnen met De grap (1967; in 1989 vertaald bij Ambo). Kundera past de 'misplaatste grap' toe in zijn proza; zijn inspiratie is duidelijk Chaplin (cfr. de scènes met de bolhoed in De Ondraaglijke lichtheid van het bestaan).

De lach vormt een hoofdthema in zijn werk; de lach van God in de Kunst, de lach om de grap, en de reflexieve lach in Het boek van de lach en de vergetelheid (1979; Ned. 1981). Het is onlosmakelijk verbonden met het spel dat in De onsterfelijkheid; L'Immortalité (1990; Ned.vert.in 1992), eens te meer een typisch Kunderaanse digressieve roman, waarin de story vaak een voorwendsel is voor een uiteenzetting van de visies van de auteur op literatuur, politiek en sex, sterk 'didactische' trekken heeft gekregen door de talrijke commentaren van de gidsende schrijver op de Westerse cultuur (cf. A.Finkelkraut).

Waarom nu Lachwekkende liefdes? Het werk bestaat uit zeven verhalen die hun kracht ontlenen op de manier waarop het element spel erin aanwezig is: 'In het leven gaat het meestal zo; je denkt een rol in een bepaald stuk te spelen, terwijl je niet in de gaten hebt dat het decor ondertussen ongemerkt is veranderd, zodat je nietsvermoedend in een andere voorstelling verzeild raakt' (pp. 205/6). De beschreven situaties, uiteraard telkens geconcentreerd rond het liefdesthema, zijn in zoverre 'lachwekkend' dat de personages duidelijk hun greep op het gebeuren verliezen en daarbij ook hun autoriteit. De bundel begint met 'Niemand zal lachen'; de hoofdfiguur verliest zijn geloofwaardigheid door niet radicaal zijn mening over een collega-wetenschapper te uiten. Andere verhalen zijn:' Liftertje spelen', 'De gouden appel van het eeuwige verlangen'. Met de taal speelt Kundera ook een dubbelzinnig spel: "de soms alledaagse verwoording verglijdt ongemerkt naar een subtiele, diepere levenswijsheid, zoals in 'Kinderlijke verlangens trotseren alle intriges van de volwassen geest en overleven die tot diep in de ouderdom' (p.69)" (bespreking in Het Volk, 1 nov. '86).

Het spel is ook aanwezig bij Bohumil Hrabal, de kronikeur van het dagelijkse leven, de volksverteller in een barokke stijl, in zijn werk Ik heb de koning van Engeland bediend (Amsterdam, Bert Bakker, 1990). Het is echter iets anders gekleurd. De hoofdfiguur is een kleine kelner, letterlijk en figuurlijk, die werkt in een Praags hotel en die grootse ambities heeft. Hij wil slagen. Zijn pogingen worden beschreven en verweven met de recente, moderne geschiedenis van het toenmalige Tsjechoslowakije. Het werd in het begin van de jaren tachtig geschreven en door de toen heersende machthebbers verboden. Het cirkuleerde ondergronds. Hrabal is een exponent van het volk en tracht te overleven. Verbazing en aanvaarding zijn de twee sleutelbegrip-

72