taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)


Bijdrage: Postmoderne Oosteuropese teksten (Martine de Clercq)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

sovjetofficier belast wordt met de staatsradio, hoe hij in de dodencel belandt tijdens de Stalinistische terreur, na de opstand van 1956 weer eens gearresteerd wordt, alles overleeft, zich in de wetenschap terugtrekt en uiteindelijk in de psychiatrische inrichting belandt. Zijn verhaal wordt doorkruist door andere geschiedenissen, waardoor de roman zich in breedte vertakt. Het boek is een zoektocht van een intellectueel 'die zich van zijn leugens ontdaan heeft, maar zijn waarheden nog niet heeft gevonden'.

In Het Tuinfeest (1989), roept de ik-verteller, een auteur van joodse origine, zich zijn leven voor de geest, de geschiedenis van zijn familie en vrienden, en de liefde die hem gevormd hebben. Hij organiseert een tuinfeest voor hen. Het vormt de achtergrond van een caleidoscopische roman; een familieroman, een kroniek, een droomdagboek, geschreven in een koele en laconieke stijl.

Melinda en Dragoman (Amsterdam, Van Gennep, 1992), is in zekere zin een voortzetting van Tuinfeest. Vele personages komen er in terug en ook de locatie is dezelfde. Het is het verhaal van een conventionele driehoeksverhouding. Melinda is getrouwd met de filmer Anton Tombor en heeft een relatie met Janos Dragoman, die lange tijd in de VS. heeft gedoceerd. Zij vormen de balans op van de na-oorlogse periode in Hongarije. Konrad maakt van de lezer een soort medeplichtige van de roman. Aan de vrouw Melinda, heeft hij de regie toevertrouwd.

Bij Peter Esterhazy, geboren in 1950, die in 1978 is beginnen schrijven, is het schrijverschap vooral toegespitst op het verwerken van citaten uit de wereldliteratuur. Hij concipieert zijn totale werk als een bouwwerk van modules, een reservoir van woorden. In Hulpwerkwoorden van het hart (oorspr. 1985, Ned. vert. bij Prometheus, 1991) heeft hij het over de dood van zijn moeder. Kleine Hongaarse pornografie (Amsterdam, Prometheus, 1992) is oorspronkelijk in 1984 verschenen, toen lang nog niet alles kon gezegd worden. In wezen gaat het werk over de corruptie van de taal onder invloed van de socialistische bureaucratie. Het bestaat uit vier delen. In het eerste deel is hij de geduldige luisteraar, bij wie allerhande vrouwen hun hart komen luchten. Het tweede deel vormen de anekdoten, de korte verhalen die niet mogen vergeten worden, de meeste uit de tijd van de persoonsverheerlijking, de terreur uit de jaren '50. Het derde deel bestaat uit vragen; het vierde gaat over 'Ingenieur van de ziel', met een verwijzing naar de uitspraak van Stalin over de rol van de schrijver.

Bij M.Kundera speelt het spel op een vaak filosofische manier een heel speciale rol; bij Hrabal is de humor iets volkser, iets picaresker. Konrad graaft in het souterrain van de geschiedenis en Esterhazy grabbelt in het citatenboek van de wereldliteratuur. Allen vertonen ze typische postmoderne kenmerken, die weliswaar specifiek gekleurd zijn vanuit de Oost-en vooral Middeneuropese cultuur.

Noot

1 Hoofddocente K.U. Brussel

74

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties