Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De organisatie van een vakoverstijgend literatuurproject (Lily Coenen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

dezelfde stromingen (of i berhaupt stromingen) behandelen, en als ze dat wel doen, doen ze dat vaak op heel verschillende momenten. Daarbij komt nog de realiteit dat men op grond van ervaring vaak per taal vastomlijnde ideeën heeft over hoe men een bepaalde stroming behandelen wil, wat de toch al niet gemakkelijke samenwerking extra kan bemoeilijken. Wij hebben gemerkt dat het goed is eerst ervaring op te doen met deze manier van werken met iets extra's, iets dat voor alle betrokkenen nieuw is, maar door de korte duur niet te veel inbreekt in de geplande stof. Een thematisch vakoverstijgend literatuurproject dus.

Vervolgens hebben wij in twee achtereenvolgende schooljaren een dergelijk project begeleid; eerst in Leiden, in het volwassenen-onderwijs; daarna op de SG Huygenwaard in Heerhugowaard een mavo-havo-vwo-school. Van onze ervaringen in Leiden hebben wij overigens ook verslag gedaan in Levende Talen 474, november 1992. Van beide projecten, die zeker niet zonder moeite en met heel veel inzet van de betrokken docenten zijn uitgevoerd, hebben we veel geleerd. Waar ik vandaag met name iets over zou willen vertellen, is het stappenplan dat we naar aanleiding van de uitgevoerde projecten hebben opgesteld. Dit stappenplan geeft de verschillende punten aan die bij de planning, uitvoering en evaluatie van een dergelijk project aan de orde moeten komen. Een kopie van dit stappenplan ligt inmiddels voor u.

Het stappenplan is te zien als een agenda voor een reeks van voorbereidende bijeenkomsten van de bij het project betrokken docenten. Er zit een bepaalde chronologische volgorde in, maar die is zeker niet absoluut. Een voorbeeld daarvan vormen de punten materiaalkeus en doelstellingen, die duidelijk van elkaar afhankelijk zijn. Je kunt pas goed materiaal zoeken als je hebt vastgesteld wat je wilt bereiken, maar anderzijds is het ook zo dat de doelstellingen staan of vallen met de beschikbaarheid van materiaal. Je zal dus soms even een stapje terug moeten doen in het stappenplan. In elk geval moeten deze tien punten voorkomen op de agenda van de werkbijeenkomsten die voorafgaan aan het project. Hieronder bespreken we enkele punten eruit.

Bij de keuze van het thema spelen in elk geval de volgende criteria een rol: a. universaliteit, b. betrokkenheid, c. deelnemende vakken en d. actualiteit. Criteria a en b moeten en c en d kunnen een rol spelen.

Wat a betreft: de essentie van v.o.l.-onderwijs is volgens mij dat het voor de leerlingen mogelijk wordt verbanden te ontdekken, overeenkomsten en verschillen te zien. Dat betekent dat het gekozen thema niet al te specifiek voor één bepaald taalgebied moet zijn. Maar wanneer we die categorie uitsluiten blijven er nog een groot aantal 'algemeen menselijke' onderwerpen over.

Betrokkenheid van de leerlingen lijkt me ook een vanzelfsprekend criterium dat een rol moet spelen. Het is zinvol en haalbaar de leerlingen op de een of andere manier bij de themakeuze te betrekken. Bijvoorbeeld door ze uit een lijst te laten kiezen en zelf andere onderwerpen te laten voorstellen. In onze beide projecten hebben we aan de enquête achteraf de vraag toegevoegd welke andere onderwerpen de leerlingen op prijs stelden, met het oog op toekomstige projecten.

Met het derde criterium, de vakken, is bedoeld dat er een relatie is tussen het te

76