Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De organisatie van een vakoverstijgend literatuurproject (Lily Coenen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

kiezen thema en de vakken die meedoen. Wanneer een school ervoor kiest dat zo veel mogelijk vakken aan zo'n project 'meedoen, is een thema als 'de vreemdeling' heel geschikt. Hier is niet alleen veel literatuur over, maar er kan ook een belangrijke bijdrage geleverd worden door de maatschappijvakken. Wil men het project beperken tot het literatuuronderwijs en zich ook vooral concentreren op literaire doelstellingen, dan is een onderwerp als 'schrijven' of 'dichten' of 'de kunstenaar' heel geschikt, omdat er in alle talen wel teksten te vinden zijn over het proces van het schrijven, de problemen ermee en het leven van de schrijver zelf.

Het aansluiten bij de actualiteit is een mogelijkheid en niet meer dan dat. Voordelen van actualiteitswaarde zijn dat de betrokkenheid van de leerlingen vergroot kan worden en dat er vaak meer materiaal is, vooral het zogenaade incidentele materiaal.

Wat themakeuze betreft hebben wij ons tot nu toe beperkt tot 'de vreemdeling', een onderwerp dat universeel en actueel is, mogelijkheden biedt voor veel schoolvakken en juist door het actuele een hoge mate van betrokkenheid geeft. Hoewel ik eerlijk moet toegeven dat het de laatste tijd in de media zó actueel is, dat er vooral bij de jongere leerlingen verzadiging dreigt op te treden. Maar een onderwerp als 'de vreemdeling' is een zeer veel omvattend onderwerp en dat brengt me meteen bij het punt van de afbakening van het thema. Dit' is een behoorlijk complex punt, omdat afbakening zowel voor- als nadelen heeft. Behandel je bij ieder vak een ander aspect van hetzelfde thema, dan sluit je de mogelijkheid van vergelijken vrijwel uit. Als je bij Frans inzicht krijgt in de omstandigheden van een Marokkaanse gastarbeider in Parijs, en bij Nederlands beseft hoe voor iemand die een geliefde verliest de hele wereld ineens 'vreemd' kan lijken, is het lastig voor leerlingen om de samenhang te zien. Aan de andere kant, wanneer je je beperkt tot één enkel aspect van hetzelfde thema, dan is de kans op 'verzadiging' weer groot.

Een voorbeeld uit de praktijk: in Heerhugowaard was het aantal deelnemende vakken nogal groot: vier talen, geschiedenis, aardrijkskunde en economie. Dit betekent dat de leerlingen in de projectperiode veel vaker met 'de vreemdeling' werden geconfronteerd dan in Leiden, waar maar vier vakken meededen. Daardoor was variatie belangrijker in Heerhugowaard. Bovendien was het bij dit project moeilijker het thema te verkleinen, omdat verschillende vakken graag een eigen specifieke invalshoek wilden laten zien. Daarom is ervoor gekozen om de leerlingen met een aantal heel verschillende aspecten van het 'vreemdeling-zijn' te laten kennis maken. Zoals gezegd heeft dit het nadeel dat het moeilijker is om de samenhang te bewaren. Wat dat betreft hebben we in Heerhugowaard iets belangrijks geleerd. Het probleem dat de leerlingen verbrokkelde informatie krijgen, wordt nog vergroot door de verschillende vakkenpakketten van de leerlingen. In één leerjaar, in dit geval 5vwo, volgen ze verschillende vakken en zelfs lang niet allemaal hetzelfde aantal projectvakken. In zo'n situatie is het essentieel dat de voor iedereen verplichte vakken, Nederlands en Engels, in het project een sterk samenbindende rol spelen. Dáár kunnen de leerlingen aan elkaar vertellen met welke vreemdelingen zij kennis gemaakt hebben en daar kunnen de verschillende aspecten onder één noemer gebracht worden.

In Heerhugowaard heeft men hiertoe een goede aanzet gegeven door bij het vak Nederlands een dichtbundel samen te stellen met 21 gedichten over het vreemdeling-zijn, waarin heel verschillende aspecten van het thema aan de orde komen. Daar

77