Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Reader Response Criticism in het literatuuronderwijs (Joop Dirksen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Reader Response Criticism in het literatuuronderwijs

Joop Dirksen

Deze tekst bestaat uit twee delen. In het eerste deel bespreek ik het onderzoek dat ik verricht heb op het gebied van de toepassing van Reader Response Criticism in het literatuuronderwijs in de lessen Nederlands. In het tweede deel wil ik aangeven hoe een literatuurprogramma, gebaseerd op ideeën van RRC, opgebouwd zou kunnen zijn. Hierbij ga ik uit van de praktijk op de school waar ik lesgeef, het Eckartcollege in Eindhoven, waar we al een jaar of acht op de te hier te presenteren wijze werken.

1 Het onderzoek

Het onderzoek dat ik verricht heb, omvatte een literatuurstudie waarin de opvattingen van Louise Rosenblatt, David Bleich, Norman Holland en Alan Purves, gepubliceerd in de periode 1970-1990, de revue passeren, en een empirisch gedeelte, waarin literatuuronderwijs op basis van RRC werd geëvalueerd.

1.1 De theorie

Onder andere in de Verenigde Staten ontstaat rond 1970 in de literatuurwetenschap, als reactie op de tekstautonome aanpak, aandacht voor de lezer. Dat betekent enerzijds dat in bestaande theorieën als de structuralistische, begrippen ingevoerd worden als 'de geïntendeerde lezer', min of meer abstracte constructies dus, maar anderzijds dat er een nieuwe 'beweging' op gang komt, Reader Response Criticism, die de reactie van de individuele lezer centraal gaat stellen.

Aansluitend bij de opvattingen van Thomas Kuhn -die stelt dat wetenschappelijke waarheden niet universeel zijn, maar gebonden aan een paradigmatische context: op een bepaald moment in de geschiedenis worden ze door een bepaalde groep wetenschappers als waar aanvaard- formuleert David Bleich zijn 'subjectivistische paradigma': 'de' werkelijkheid bestaat niet; waarneming valt niet los te denken van de waarnemer: de drijfveren van het individu en zijn taalgebruik spelen een belangrijke rol bij de beschrijving van een object. Onder het objectieve paradigma nam men aan dat iedereen die een kunstwerk onder ogen kreeg, dezelfde perceptuele respons had; dat schiep de illusie dat het om een reëel object ging, 'met betekenis in zich'. Vanuit het subjectivistisch paradigma is het logisch dat de respons op het kunstwerk startpunt is voor de bestudering van de esthetische ervaring, en niet het kunstwerk. RRC legt daarom de nadruk op de rol, de functie, de inbreng van de individuele lezer in het leesproces, de transactie tussen lezer en tekst.

Louise Rosenblatt formuleerde al in de dertiger jaren haar visie (maar kreeg dus pas rond 1970 medestanders): literatuur biedt de lezer een middel tot exploratie van zichzelf. Als hij vanuit de goede leeshouding (niet de efferente, die je aanneemt als je iets met een tekst moet 'doen', maar vanuit een esthetische leeshouding) een tekst benadert, kan er tijdens het lezen een esthetische ervaring opgedaan worden. Door de

81