Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Moedertaal tussen theorie en praktijk in het Middelbaar Beroepsonderwijs (Mariet van Goch)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

handhaven. In dit onderdeel zit 'alles'; alle taalvaardigheden komen in samenhang aan bod: leerlingen lezen en vergelijken artikelen uit kranten en tijdschriften; ze bellen of interviewen iemand om aan informatie te komen; ze maken een samenvatting van een door radio of tv uitgezonden programma dat met hun onderwerp te maken heeft; ze schrijven, lezen, laten lezen, beoordelen en herschrijven. Een maatregel die ik in de laatste jaren heb genomen, is het aanbieden van de leerstof in een reader. Het in klasseverband bespreken van bijvoorbeeld inhoudelijke en vormaspecten van een dagboekfragment of krante-artikel nam te veel tijd in beslag. De inhoudelijke verandering die ik vorig jaar heb aangebracht, bestaat uit het door de leerlingen zelf laten formuleren van hun eigen schrijfopdracht: ze bepalen zelf voor wie en met welk doel en in welke tekstsoort ze schrijven over hun gekozen onderwerp. Voorheen legde ik leerlingen een aantal keuze-opdrachten voor.

Aan de hand van de reader behandelen we de 'theorie': opdracht schoolbeoordeling gericht schrijven, beoordelingsaspecten schoolbeoordeling gericht schrijven, richtlijnen voor de aanpak van de schoolbeoordeling, richtlijnen documentatiemap gericht schrijven, tekstdoelen, tekstsoorten en tekstcomposities. De richtlijnen voor de aanpak bestaan uit aanwijzingen voor de keuze van het onderwerp en het omgaan met informatie: verzamelen, verwerken en verstrekken. De richtlijnen voor de documentatiemap bestaan uit een opsomming van onderdelen die in de documentatiemap moeten zitten.

De paragrafen over tekstdoelen, -soorten en -composities bevatten richtlijnen en lees-en schrijfopdrachten. Bij de benadering ga ik steeds weer uit van de indeling: inhoud, vorm/structuur, taalgebruik; structuur betekent aandacht voor inleiding, kern, slot. Voorafgaand aan de paragraaf over tekstdoelen vraag ik een groep leerlingen in tweetallen te werken aan het schrijven van een overtuigende tekst over een groep jongeren met een buitengewone maat; een andere groep maakt een informatieve tekst en een derde groep stelt een verhalende tekst op over hetzelfde thema. Zo probeer ik te achterhalen wat leerlingen al weten over informeren, overtuigen en verhalen.

Bij de behandeling van de tekstsoort krante-artikel laat ik leerlingen onder andere het sprookje van Roodkapje actualiseren en herschrijven in de vorm van een nieuwsbericht. De vergelijking van voorpagina's van landelijke dagbladen is een terugkerende activiteit. De betrouwbaarheid van een tekst komt aan de orde bij een advertentie over een afslankmiddel. De tekstsoorten die we bespreken zijn: dagboekfragment, krante-of tijdschriftartikel, tekst gastles of lezing, brief waaronder sollicitatiebrief en circulaire, interviewverslag, reclametekst. Met enkele onderdelen hebben de leerlingen in vorige blokken kennis gemaakt. In plaats van doel op zich zijn die onderwerpen en activiteiten middel geworden bij het toepassen van een totaalvaardigheid.

In de paragraaf over tekstcomposities komen opnieuw tekststructuren aan bod. Leerlingen maken kennis met relaties in teksten en soorten composities. Ze werken aan alinea's en signaalwoorden door bijvoorbeeld te spelen met teksten waarvan de alinea's door elkaar geschud zijn.

Na de reader doorgenomen te hebben, besteden we aandacht aan het beoordelen van teksten. Op teksten van het voorgaande jaar passen leerlingen het in het begin van het blok gepresenteerde beoordelingsschema toe. In tweetallen geven zij een waarde-

91