taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Bij de opening van de achtste HSN-conferentie (Johan van Iseghem)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Opening van de achtste HSN-conferentie   13

Het programma

De komende twee dagen worden er u veertien presentaties over literatuuronderwijs gebracht. De modale leraar Nederlands staat immers voor een grote uitdaging. We beleven de bloei van een boeiende jeugd- en adolescentenliteratuur, er wordt gevraagd om aandacht te besteden aan de Europese dimensie van literatuur, het multiculturele aspect eist tijd en aandacht op en het interartistieke element blijft een lokkend perspectief met talrijke didactische mogelijkheden. Diverse werkwinkels gaan op facetten hiervan in. Wat doen we b.v. met de mediatisering van de literatuur, met een schrijver die geregeld voor de lens probeert te schuiven of die over literatuur spreekt in termen van 'performance' ? Leerlingen hebben daar vragen en bedenkingen bij : hier liggen dus aanknopingspunten voor de lespraktijk. Welke bruggen kunnen we slaan vanuit het perifere leesgedrag van leerlingen om ze te leiden naar kwalitatief betere literatuur? Hoe kunnen we jongeren via de systematiek van een zes jaar volgehouden schoolproject tot het lezen, smaken en misschien zelfs schrijven van gedichten brengen ? Het zijn maar enkele vragen die in de literatuurstroom van deze conferentie .aan de orde zijn, maar ik twijfel er niet aan dat het om boeiende materie gaat, waarbij mensen uit de praktijk met succes kunnen rapporteren over uitgeprobeerd onderwijsgedrag.

Ook taalkunde en taalbeschouwing hebben hun deel gekregen. Vanochtend al hadden we een soort aanloop tot deze conferentie, waarin William Van Belle (KU Leuven) kritische reflecties formuleerde bij de evolutie van leerplannen en eindtermen moedertaalonderwijs. Ik dank hem bij deze officiële opening nogmaals van harte omdat hij op ons verzoek inging en de uitdaging aanvaardde om vanuit de taalkunde toetsstenen aan te reiken waar de praktijk van het moedertaalonderwijs af en toe misschien wat kritiekloos overheen stapt. De zo nodige praktijk van de vier vaardigheden moet inderdaad gerealiseerd worden op een goed overwogen, gecontroleerde en afgemeten manier. Ik geloof dat we in het moedertaalonderwijs op dat vlak nog naar een modus vivendi moeten zoeken : althans in Vlaanderen kwamen vele scholen nog maar pas onder het andere extreem uit en riskeren we zonder goede didactische begeleiding wellicht vele roekeloze sprongen in het ongewisse. Communicatief gericht moedertaalonderwijs efficiënt uitbouwen door het veilig langs de gevaarlijke klip van het babbelonderwijs heen te loodsen, dat is geen sinecure.

We vonden het bij de planning van deze conferentie daarom ook belangrijk de vier vaardigheden systematisch aan bod te laten komen in een afzonderlijke stroom. De gedachte aan een repertorium van taalvaardigheden, het aanbrengen van deelvaardigheden binnen de totaliteit van elke vaardigheid, lijkt me daarbij een concept dat in de toekomst veld moet winnen : jongeren hebben nood aan afgebakende stapstenen, zodat ze steeds weer naar complexere taalhandelingen kunnen overgaan. In dat opzicht vind ik het op dit ogenblik b.v. een beetje ontmoedigend te moeten vaststellen dat vele leerplanonderdelen, rapporten over eindtermen en didactische publikaties nogal gemakkelijk alinea's van mekaar herhalen. Een doorgedreven leerlijn met graduele opbouw ontbreekt, tot ergernis van veel competente en oprecht meezoekende leraren en begeleiders. Boven-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties