14 Johan van Iseghem
dien stellen we niet zelden vast dat de vakwerkgroepen binnen de scholen vastlopen op de vraag van de evaluatie van de vaardigheden. De VVM-studiedag van dit voorjaar heeft het er al uitgebreid over gehad, maar er is nog maar weinig opgelost. Schrijven biedt daarbij nog het grootste houvast, maar dat levert meteen ook het grootste pak huiswerk voor de leraar Nederlands op. In dat opzicht is hij al de absolute recordhouder van de secundaire school. Wat de evaluatie van spreken en luisteren betreft, tasten vele leraren compleet in het duister. Gedachtenwisseling, materiaalontwikkeling en verdere informatie daarover lijken me bijzonder belangrijk. Ik hoop dat referaten en daarop aansluitende besprekingen van deze conferentie daar een verdere aanzet toe kunnen vormen.
We hebben bewust ook plaats ingeruimd voor enkele lezingen vanuit het Steunpunt Tweede Taal, dat o.l.v. Koen Jaspaert aan deze universiteit werkzaam is. Wat door deze groep — in een bestendige dialoog tussen onderzoek en lespraktijk —al werd gerealiseerd, lijkt me een levendig bewijs van de stelling dat wetenschap en onderwijs elkaar eerder dienen op te zoeken dan uit te sluiten. Binnen de acute maatschappelijke problematiek van taalarme leerlingen, migranten en anderstalige neveninstromers levert het Steunpunt — in wisselwerking met proefscholen en zelfs schoolboekenontwikkeling — uitermate boeiend werk. Ik ben blij dat ze ertoe bereid waren hun concept in vier lezingen aan ons te komen voorstellen.
Ook voor het technisch en beroepsonderwijs hebben we bewust en principieel een afzonderlijke stroom ingeruimd. Sedert vorig jaar hebben we elke aspirantleraar die bij ons de opleiding Nederlands volgt, ertoe verplicht om minimum één derde van zijn stagepakket binnen deze onderwijsvorm af te werken. Voor de studenten blijkt het telkens een ontdekking : licentiaten Nederlands in opleiding komen bijna steevast uit het algemeen secundair onderwijs, studeren in functie daarvan en denken al te uitsluitend om ook dáár alleen maar te solliciteren. Het indringende aroma van cosmeticaprodukten bij de afdeling haarkapsters, de snerpende machines op de draaibanken of de geur van de schaafkrullen bij schrijnwerkers in opleiding kennen ze niet. De reacties van de meeste studenten op deze stage-opdracht zijn onverdeeld positief We kunnen ons bovendien verheugen op een uitermate enthousiaste respons vanwege de betrokken scholen. Wel rijzen er bij de studenten soms indringende vragen over ervaren tekorten en over de relevantie van elementen in de basisopleiding. Ook die vraag zullen we in de toekomst, in een open dialoog tussen onderwijs en universiteit, onder ogen moeten zien.
De feiten liegen er immers niet om. Zowat twee derden van de jongeren ronden hun studieloopbaan vóór 18/19 jaar af in deze onderwijsvorm; meer dan 70 % van ze studeert verder in het hoger technisch onderwijs. Twee derden van de afgestudeerde licentiaten komen daar dus ook in terecht. Als de universiteit echt een `universitas' is, een 'denker' van de universele wereld, dan kan ze niets anders dan in haar academische basis- en lerarenopleiding ook dat grootste gedeelte van de onderwijswerkelijkheid 'mee-denken'. Ik ben ervan overtuigd dat dit belangrijke gesprekken zal opleveren en dat er op een aantal terreinen misschien bijsturing vereist zal zijn. Maar er bestaat geen eerlijk alternatief : we kunnen geen aanspraak maken op de titel `universitas' als de realiteit en de problematiek