taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Meesterverhalen of Voorlezen in de basisvorming (Wam de Moor)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Meesterverhalen of Voorlezen in de basisvorming(1)

Wam de Moor

1 Vooraf

Jarenlang pleeg ik, als compensatie voor het dagelijks jachten overdag, tussen 11 en 1 uur middernacht, languit uit te rusten in een roman, een essay, soms een dichtbundel. Onlangs werd ik gestoord in dat ritme van handen boven de dekens met een boek erin, leesbril op en een muziekje op mijn oren. In de herfstmaand van 1994 dwong de krachtige stem van de oude toneelspeler Ton Lutz mij het boek uit handen te leggen en eenentwintig avonden van 11 tot bijna 12 gingen alle boeken van de Odyssee (de Odusseia, zei een schoolmeisjesstem met een onbeholpen nadruk die van gebrek aan kennis en inzicht getuigde) aan mijn oor voorbij. En met zulk een toewijding dat ik na die eenentwintig nachten moest afkicken van die stem die mij inspon en het eindeloze ruisen en zoemen en vallen van geluiden daarachter, aangeduid als muziek. Ik was ineens weer terug geweest in de jongenskamer waar de vader op de rand van het bed van Gulliver vertelde, ik voelde mij even warm geborgen onder de dekens — immers, een boek hoefde niet te worden vastgehouden — als destijds.

En terwijl ik die herinnering van mij afzette, viel mij iets anders in. Wat een voorrecht, bedacht ik, bleken nu die twee jaar waarin, veertig jaar geleden, vier boeken uit de Odyssee onder het wakend oog van de graecus regel voor regel werden omgeploegd. En wat een genoegen nu de hele Odyssee verteld te horen worden en opeens ten volle te beseffen welk een werk vol voor ons tegenstrijdige opvattingen en boeiende avonturen door de oude epicus was opgeschreven. Als je daar zo van kunt genieten, ja, dan ben je, volgens de definities die je zelf met een collega hebt opgesteld, literair competent.

Maar — en dan sta ik oog in oog met de problematiek van deze conferentie — hoe ver sta je met al die literaire competentie af van degenen die het lijdend voorwerp zouden moeten zijn van 'voorlezen in de basisvorming', het onderwerp waar ik vandaag over mag spreken ? Daniel Pennac heeft aan die literair nog lang niet competente lezers zijn eenzijdige, maar in een bepaald opzicht geheel overtuigende essay Comme un roman (Gallimard, Parijs 1992) gewijd, door Piet Meeuse uitstekend vertaald als In een adem uit (De Brink, Amsterdam 1993). Pennac toont zich een bevlogen minnaar van grote literatuur, die maar al te goed weet hoe je als docent met al je enthousiasme stuk kunt lopen op een jeugd die niet heeft ervaren wat lezen kan zijn. Lees zulke donderstenen vóór, is zijn devies, in plaats van ze het ene boek na het andere door de strot te duwen en hen daarover allerlei analyses te laten trekken. En met de ironie als zijn kostbaarste

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties