taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Poëzie in vier (Hilde Vandenbroucke)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Poëzie in vier

(Een poëzieproject voor de school, lezing 3)

Hilde Vandenbroucke

1 Invalshoeken

In het vierde jaar staat de confrontatie tussen lezer en tekst centraal. Omdat niet de hele groep een band met poëzie heeft, probeer ik steeds een aantal invalshoeken.

  1. Bij het begin van elke les in die periode krijgen de leerlingen de mogelijkheid een paar gedichten voor te lezen. Het werkt het beste als je zelf hun smaak aanscherpt met heel verschillende voorbeelden. Voor wat tijd zorgen om ervaring, emotie of gedachte te formuleren; ook wel eens een gedicht herhalen. Hun keuze laat je weer voeling krijgen met gedichten waar zij wat aan hebben. Vaak wordt de groep die betrokken raakt steeds groter.

  2. De opstap via het luisterlied heeft vele voordelen : vormelijke overeenkomsten en je kan al eens samen zingen. Ook komt de meervoudigheid bij het interpreteren snel aan bod.

  3. Bij het begin van het vierde jaar kan je (nog) goed werken met het dagboekverhaal van E. Franck : Geen wonder dat moeder met de goudvissen praat. Je kan de invloed van poëzie in het leven van vader en zoon bespreken. Mogelijke werkwijze : iedereen leest het boek. Alle leerlingen kopiëren een dubbele bladzijde. De gekozen fragmenten worden geordend. Lectuur en herkennen van een aantal verhaallijnen, onder andere de poëtische. Dit is ook prima materiaal voor het behandelen van humor.

  4. Wat ook kan zijn associatieoefeningen rond een aantal kernwoorden. De leerlingen kiezen de naar hun mening rijkste associatie en schrijven een paar versregels. Ook een originele nieuwjaarswens kan op die manier ontstaan.

  5. Ten slotte biedt ook de confrontatie met uitspraken over poëzie een kans : de leerlingen maken een lijst met alle mogelijke associaties die de zinnen oproepen. Op die manier kom je zeker heel wat vormkenmerken op het spoor.

Hoeveel instappen je gebruikt, lijkt mij afhankelijk van de groep die voor je zit.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties