taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Reizen in de klas? (Rudi Wuyts)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Reizen in de klas?   239

verhalen die zij kennen eigenlijk een reis/queeste bevatten; denk aan Reinaert, Beatrijs, Max Havelaar, ... Meestal blijkt dan hoe opvallend de aanwezigheid van de reis in de literatuur is.

Meestal voeg ik hier twee aspecten aan toe. Wanneer je wat gaat zoeken over vroegere reisverhalen, ontdek je dat het genre op heel veel momenten in de geschiedenis een ontzettend grote bloei gekend heeft. De meeste reisverhalen voldeden toen aan het criterium dat ze en 'utile' en 'dulce' moesten zijn en zo werden de meest fantastische avonturen vermengd met feiten en realia.3 Dit historisch gegeven kan je terugkoppelen aan de redenen van het succes van de moderne reisverhalen.

Een tweede aspect dat ik belicht, is de (functie van een) queeste. Het is duidelijk dat hierbij niet alleen aan de middeleeuwse queeste gedacht wordt maar aan allerlei reizen. Is een reisverhaal eigenlijk geen afdaling in het eigen ik ? Is een reisverhaal niet een tocht door het andere en daardoor door het ik ? (Denk aan Lieve Joris, die afdaalt naar 'the heart of darkness' van Zaïre en daar zichzelf tegenkomt.) Bevatten reisverhalen, net zoals vele romans, geen vorm van inwijding in het andere (van zowel land als ik) ?

2.1.3 'De taaie taal van het nieuwsbericht was de mijne niet.' (Lieve Joris)

Een derde opvallende eigenschap is de grote aandacht voor stilistiek. De romanschrijver Van Dis begint In Afrika bijvoorbeeld met zinnen als : 'Wind, warme wind in de holte van mijn knieën... De boombastschilfers zijn scherp en de ingeklonken modderpaadjes zijn harder dan een Hollandse stoep. Ik voel de warmte in de stekels, in de dooie gele struiken en in de stenen muren om de huizen, maar het meest nog in de mensen. Als ik in de bus naast ze zit, trekt hun warmte in mijn vel.' Let op de vergelijkingen, de zoektocht naar de juiste omschrijving, de beeldende taal. (Een gelijkaardige taal vinden leerlingen wel eens in de toeristische brochures !)

Niet alle schrijvers gebruiken een dergelijke rijke taal : het reisverhaal lijkt stilistisch zowel een journalistieke als een literaire uitstraling te kennen (en we weten al dat de auteurs ook uit beide hoeken komen).

3 Inhoudelijke aspecten

Uit de vorige deeltjes blijkt al hoe rijk reisverhalen zijn. In dit deel worden maar enkele mogelijkheden geput uit de inhoudelijke rijkdom.

Het is daarbij belangrijk dat ingegaan wordt op wat de leerlingen zelf ervaren hebben als reizigers; die ervaring zou echter niet de essentie mogen uitmaken van de les. Wel essentieel zijn het juiste begrip van wat de reiziger/schrijver te melden heeft en de confrontatie van die ideeën/gegevens met de wereld van de leerlingen.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties