taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Theater kijken in de klas (Veerle Pessemier)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Theater kijken in de klas

Veerle Pessemier

1 Een terugblik en een nieuw project

Wie herinnert zich niet de lessen Nederlands waarin een enthousiaste leerkracht ons een fragment uit een toneelstuk liet lezen ? We doorploegden met veel ijver de lange monologen en dialogen en analyseerden die zoals we gewoonlijk deden bij een prozafragment. Toen diezelfde leraar er ons op wees dat er hier en daar ook nog wel iets tussen haakjes in de tekst stond : (houdt plots in, tot zichzelf), (luid), (toespringend, trekt het zwaard), ... en dat we dit ook wel eens mochten spelen, vonden we Nederlands toch wel echt het allerleukste vak van de week. Of dit alles ons echter veel heeft bijgebracht over de wereld van het theater, blijft wel zeer de vraag. In elk geval bleef de stap naar het bijwonen van een voorstelling groot.

Ondertussen is er gelukkig heel wat veranderd. Door de toename van het aantal degelijke culturele centra kunnen de leerkrachten met hun leerlingen een aantal voorstellingen per jaar bijwonen. Aan de reacties van de jongeren in de zaal merkt men meestal of ze op de voorstelling werden voorbereid en eventueel nog een nabespreking verwachten. Misschien vind je het niet zo'n goed idee om de leerlingen op een voorstelling voor te bereiden en wacht je liever hun spontane reacties af ? Bij een aantal voorstellingen kan dit zeker, maar meestal leidt dit tot een eindeloos geroezemoes in de zaal omdat enkele jongeren afhaken. Dat is niet zo verwonderlijk. Wij gaan toch ook niet onvoorbereid naar een voorstelling kijken ? Om te beginnen weten wij al hoe we onze weg moeten vinden in de verschillende soorten theaterzalen en welk gedrag daar van ons verwacht wordt, wat voor jongeren niet altijd zo evident is. (Sommigen zijn niet veel meer gewoon dan een voorstelling van een amateurgezelschap in de lokale parochiezaal, waar iedereen alleen op die 'acteurs' let die hij toevallig kent.) Volwassen kijkers kennen meestal het gezelschap, de auteur en de regisseur en hebben waarschijnlijk een recensie gelezen of een bespreking gehoord. Waarom zouden jongeren dan niet over enige voorkennis mogen beschikken ? Anderzijds lijkt het ons zeker niet ideaal als de leerkracht alles te strak leidt; als hij de enige is die de informatie kan aanreiken en de enige die de vragen en antwoorden kent bij de nabespreking. Dit zal jongeren zeker niet stimuleren om zelf naar voorstellingen te gaan kijken. Leerlingen motiveren kun je o.a. doen door hen te wapenen; je kan ze enkele methodes aanreiken waardoor ze zelfvertrouwen krijgen en inzien dat ze zelf kunnen observeren, interpreteren, zich informeren en de voorstelling evalueren.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties