32 Mark van Bavel
moeten formuleren en de aantallen herzien in het licht van de beschikbare lestijden en de nieuwe didactiek van nogal wat vakken. (MvB)
7 De school zou zich moeten inspannen om de leraren Nederlands leermiddelen ter beschikking te stellen conform de eisen van het leerplan. (MvB)
8 De school moet voor ze aan samenzettingen toe is, rekening houden met de differentiëring van studierichtingen in het leerplan. Als ze tot samenzettingen overgaat mag ze niet uit het oog verliezen dat daardoor bepaalde interactieve werkvormen bemoeilijkt worden. En dat grote groepen ook meer correctiewerk per klasgroep met zich brengen. Bovendien zou de school moeten weten dat niet alle samenzettingen voor Nederlands wenselijk zijn. Zelfs als ze volgens het leerplan wel kunnen. (LT, 5) (MvB)
9 Het is wenselijk dat elke school een taalbeleid gaat voeren. Het gaat erom te bereiken dat alle leraren in hun onderwijs in onderlinge afstemming, en in afstemming met de leraren Nederlands, op een verantwoorde wijze omgaan met de rol van het Nederlands als leerdoel en als instructie- en leermedium in de verschillende schoolvakken, om op die manier bij te dragen aan de studievaardigheden en de slaagkansen van autochtone en allochtone leerlingen. (VAN, 7)
10 Wij moeten samen met de andere instanties (begeleiding en leerplancommissie) waakzaam blijven tgo. de eindtermen : aantallen, eenzijdigheid en inhoud. (MvB)
11 Wij moeten aan de commissie die de laatste (?) hand legt aan de spelling duidelijk maken dat haar versie leerbaar moet zijn voor de leerlingen. (MvB)
12 Voor een leeropdracht Nederlands in het secundair onderwijs komen alleen leraren in aanmerking die over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikken. Leraren zonder de passende vooropleiding kunnen een bevoegdheidsuitbreiding voor Nederlands alleen verwerven als ze een equivalente bijscholing volgen. (VAN, 4) (Voorzetten 37, 3)
13 De vakwetenschappelijke opleiding tot licentiaat Germaanse taal- en letterkunde aan de universiteiten moet in haar curriculum een aantal onderwijsrelevante vakken opnemen die een wetenschappelijke onderbouwing vormen voor het beroep van leraar Nederlands. (VAN, 5) (Voorzetten 37, 3)
14 De lerarenopleidingen moeten voldoende aandacht besteden aan vaardigheidsonderwijs, evaluatietechnieken, strategieën en werkvormen van procesbegeleiding. (MvB)
15 De navorming en de bijscholingscentra zouden in hun programmatie moeten uitgaan van reële noden van de leraren. De Beroepsvereniging zou die kunnen signaleren. (MvB)
16 Directies zouden hun leraren optimale kansen op navorming en bijscholing moeten geven, door o.m. tegemoet te komen in de kosten. (MvB)
17 De Beroepsvereniging Leraren Nederlands, als ze er komt, moet aansluiting zoeken bij bestaande platforms waar de krachten gebundeld kunnen worden; bij de bestaande vakverenigingen, bij de Nederlands-Vlaamse koepel; bij de begeleiding, opleidingsinstituten en aggregaties. (MvB) In de strijd om de taakverlichting voor de Neerlandicus kunnen de vakinhoudelijke verenigingen wel degelijk een rol spelen. Voorwaarde is dat zij hun krachten bundelen. (LT, 12) Die bundeling van krachten mag niet stoppen aan de landsgrens. Nederlandse en Vlaamse vakverenigingen kunnen samenwerken: uitwisseling van leerplannen, leerboeken, eindtermen, Cito-toetsen, SLO-DVO. Deze samenwerking krijgt vorm binnen 'COON'. (MvB)