taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Pleidooi voor een Vlaamse Beroepsvereniging Leraren Nederlands (Mark van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Pleidooi voor een Vlaamse Beroepsvereniging   33

4 Besluit

We hebben de noodzaak van een Beroepsvereniging Leraren Nederlands willen aantonen. De wens om haar te zien ontstaan is ingegeven door bezorgdheid om het vak. We gaan uit van de stelling dat soepele werkomstandigheden bijdragen tot het welbevinden en het goede functioneren van leraren in het algemeen en dat dit a fortiori geldt voor leraren met een sterkere taakbelasting, onder wie wij zeker de leraren Nederlands moeten rekenen.

Dit goed functioneren kan de vorming en het leren van de leerlingen ten goede komen. We stellen vast dat dit kennelijk niet alleen onze zorg is; ook andere Vlaamse en Nederlandse vakverenigingen die de zaak van het Nederlands behartigen, delen die zorg : o.m. Von, VAN, VLENEGO, Vereniging Levende Talen, de VVL.

We kunnen er dan alleen maar bij winnen als we bij hen aansluiten. Als we willen dat onze stem gehoord wordt, moeten/kunnen we hun besluiten en aanbevelingen tot de onze maken en mogelijk als gezagsargumenten gebruiken.

Maar ook met de lerarenopleidingen, de bestaande didactische organisaties — zoals de VVM en VDN, en de tijdschriften — zoals Vonk, Moer, Het Werkblad voor Nederlandse Didactiek, de Werkmap voor taal- en literatuuronderwijs (WvT), Levende Talen — de begeleiding en de universiteiten moet/kan de vereniging banden hebben.

Welk statuut de Beroepsvereniging wil kiezen en wie er de leiding van neemt, lijkt mij pas aan de orde te moeten komen als we het erover eens zijn dat zulk een vereniging er komt en dat we die massaal willen ondersteunen.

Noten

  1. Focus: we houden dit pleidooi vanuit de ervaring van vijfentwintig jaar leraarschap Nederlands-Engels-Duits, vanuit een zevenjarige ervaring met diocesane inspectie, vanuit drie jaar ervaring met pedagogische begeleiding en vanuit heel wat gesprekken met vakgroepen. Bovendien spreken we vanuit vier jaar ervaring als hoofd sectie Nederlands UFSIA; tenslotte ook als lid van de VVKSO-leerplancommissie Nederlands, 3e graad.

  2. M. van Bavel, Wie is er bang voor een preek voor de eigen parochie? in Spiegel, 11-2 (1993), blz. 112.

  3. Een lezing houdt beperkingen in. Misschien was een paneldiscussie beter geweest. Ik heb gekozen voor de presentatie van een aantal stellingen niet discussie achteraf : iemand moet de kat de bel aanbinden.

  4. Het HIVA noemt dit 'gecorrigeerd lesuur'. De commentaar luidt: 'Een lesuur in onderwijs telt 50 minuten. Zo'n les vergt natuurlijk heel wat meer werk : voorbereidingen, nawerk, overleg, vorming, enz. Beperken we ons tot de eerste twee dan kunnen we vaststellen dat elk lesuur gemiddeld zo'n 95 minuten arbeid vergt. Dit cijfer is gebaseerd op volgende berekening: lesgeven + voorbereiden + nawerk * 50 = gecorrigeerd lesuur'. (In : Leerkracht een luxe job ? blz. 22.)

  5. Joris Gerits, Het Stiefmoedertaalonderricht, in Ons Erfdeel, 30-3, mei-juni 1987, blz. 347-351.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties