taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Taalkundige bedenkingen bij recente ontwikkelingen in het leerplan Nederlands en het moedertaalonderwijs (William Van Belle)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

46   William Van Belle

Op het eerste gezicht lijkt de verbinding 'communicatief taalonderwijs' pleonastisch, zoals bijv. 'historisch geschiedenisonderwijs'. Maar er is duidelijk meer aan de hand : de term vat blijkbaar een aantal accentverschuivingen in het moedertaalonderwijs samen. Jan Verbeek vermeldt negen accentverschuivingen, die mij elk op zich heel belangrijk lijken. Ik bespreek hier echter slechts enkele ervan.

Ten eerste, aandacht voor taalvariatie, voor regionale en sociale varianten van het Nederlands. De erkenning en aanvaarding van de heterogeniteit/variatie binnen de eigen taal is wel geen noodzakelijke voorwaarde voor het accepteren van andere talen en culturen, maar kan daartoe toch een belangrijke bijdrage leveren.

Ten tweede, meer en andere aandacht voor de mondelinge vaardigheden (en niet alleen voor de schriftelijke), en, ten derde, meer en andere aandacht voor fictie-onderwijs. Die laatste verschuivingen verwonderden me wel wat. De tweede gaat in tegen de wijd verspreide opvatting (een misvatting dus ?) dat het schrijfonderwijs te weinig aandacht krijgt; de derde bevat de veronderstelling dat literatuur in het onderwijs (te) weinig aanwezig is. Misschien zijn er op die vlakken echter wel grote verschillen tussen Vlaanderen en Nederland.

Verder wordt taalbeschouwing niet meer gezien als 'ontleedonderwijs', maar als reflectie op taalgebruik ter verbetering van de eigen taalvaardigheid. Die reflectie moet in de eerste plaats op het eigen taalgebruik van de leerlingen betrokken zijn. Van het grammatica-onderwijs in de vorm van ontleedonderwijs (zinsontleding, benoeming van woordsoorten) wordt (eufemistisch ?) gezegd dat het een minder hoge prioriteit heeft. Maar ik meen toch te mogen begrijpen dat taalbeschouwing die niet direct in functie staat van de taalvaardigheid, niet wordt uitgesloten.

Ook in de leerplannen Nederlands in Vlaanderen is die nieuwe aanpak terug te vinden. (Ik heb slechts de leerplannen van het Katholiek Secundair Onderwijs gelezen, maar ik veronderstel dat de leerplannen van het Gemeenschapsonderwijs niet zo verschillend zijn.) Het vak Nederlands wordt er opgedeeld in drie componenten : taalvaardigheid, taalbeschouwing en literatuur. De taalbeschouwing moet aansluiten bij het taalgebruik van de leerlingen en in functie staan van het vergroten van hun taalvaardigheid. Wel is er in de derde graad (het 5e en 6e jaar) ruimte voor taalbeschouwing die niet prioritair ten dienste staat van de taalvaardigheid.

Met de nieuwe opvattingen over het schoolvak Nederlands ga ik in grote lijnen akkoord. Ik beperk mijn commentaar dan ook tot enkele suggesties en kritische aanmerkingen, die echter meer het karakter van vragen hebben. De suggesties betreffen nieuwe ontwikkelingen in de taalkunde, die ideeën kunnen leveren voor taalbeschouwing in het secundair onderwijs.

2 Taalhandelingen

Mijn eerste suggestie heeft te maken met taalhandelingen. Vele leerboeken Nederlands van het 5e/6e jaar geven uitleg over het begrip 'taalhandeling', en dat

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties