taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Taalkundige bedenkingen bij recente ontwikkelingen in het leerplan Nederlands en het moedertaalonderwijs (William Van Belle)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

50   William Van Belle

is een gevolgtrekking deductief als ze niet meer informatie bevat dan in de premissen aanwezig is, indien ze, bijgevolg, dwingend is.

In het dagelijks leven komen heel veel degelijke redeneringen voor die geen deducties zijn en ook geen inducties in de zin van generaliseringen. Bijvoorbeeld de diagnose die een dokter stelt op basis van bepaalde symptomen. Of de redenering die ik maak als ik merk dat mijn bureaulamp niet gaat, om te besluiten dat de lamp (hoogstwaarschijnlijk) gesprongen is. De Amerikaanse filosoof Charles S. Peirce noemde dergelijke redeneringen abducties. Ik illustreer het onderscheid tussen deductie, inductie (in de zin van generalisering) en abductie met een voorbeeld van Peirce zelf

Deductie

Alle bonen in die zak zijn wit. Deze bonen komen uit die zak. Deze bonen zijn wit.

Inductie

B, B', B" (enz.) zijn bonen uit die zak. B, B', B" (enz.) zijn wit.

Alle bonen uit die zak zijn wit.

Abductie

Alle bonen in die zak zijn wit. Deze bonen zijn wit.

Deze bonen komen uit die zak.

De inductieve in de zin van generaliserende conclusie maakt alleen gebruik van observatiegegevens en kan bijgevolg op elk moment door een nieuwe observatie ongedaan gemaakt worden. In vergelijking daarmee is de abductieve vorm van redeneren veel interessanter. Die geeft immers de best mogelijke verklaring voor de geobserveerde verschijnselen rekening houdend met contextuele gegevens en achtergrondkennis. (Ik kom de huiskamer binnen. Op de tafel ligt een zak met witte bonen. Onder de tafel zie ik enkele witte bonen liggen en ik besluit dat die bonen uit de zak komen. Dat is voor mij de meest plausibele en ook meest economische verklaring.) Hetzelfde type redenering gebruik ik in het geval van de bureaulamp die niet werkt. Ik weet hoe de elektriciteit in mijn huis in elkaar zit en probeer eerst de radio die op hetzelfde stopcontact als de bureaulamp aangesloten is. Als die ook niet werkt, besluit ik dat het om een zekering gaat. De kamerverlichting hoef ik echter niet te checken, want ik weet dat die op een andere zekering zit, en in de rest van het huis is er licht enzovoorts.

Er is veel voor te zeggen dat mensen vooral op een abductieve wijze redeneren : uittesten van hypotheses, vergelijken en contrasteren, en vooral : gebruik makend van zo veel mogelijk reeds aanwezige kennis. Probleem-oplossend redeneren gebeurt meestal niet louter op basis van observaties. Integendeel, het wordt interessanter en creatiever in de mate dat men over systematische kennis over het onderwerp beschikt.

Met deze bedenkingen wil ik niet beweren dat het begrip inductie in de leerplannen niets anders dan de enge, op louter observatie gebaseerde methode inhoudt. Wel wil ik ervoor pleiten om de mogelijkheden van het abductieve redeneren in didactische zin te exploreren.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties