taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Spreken en Luisteren in het Nederlands voorgezet onderwijs. Onderzoek en materiaalontwikkeling door de SLO (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Spreken en Luisteren in het Nederlandse voortgezet onderwijs   53

zeggen hebben over (in dit geval) spreek- en luisteronderwijs. Het doel daarvan is op tafel te krijgen wat er didactisch gesproken wenselijk is. Ook bestuderen wij gangbare methodes van Nederlands en enquête-onderzoek, om na te gaan wat er op dat moment feitelijk gebeurt in lessen Nederlands. Een tweede type vooronderzoek dat wij doen is case-studies naar 'meer dan gemiddelde' lespraktijken, naar bijzondere gevallen dus. Wij sporen leraren en secties op die vernieuwend onderwijs geven (in dit geval spreek- en luisteronderwijs) en houden interviews met die leraren en hun leerlingen, en observeren hun lessen. Het doel daarvan is om te zien wat er mogelijk is, zelfs in een nog niet vernieuwde onderwijskundige context. Van zulke leraren (witte raven) kunnen wij als leerplanontwikkelaars heel wat leren : welke problemen dit nieuwe onderwijs oplevert in de praktijk, welke oplossingen de leraren daarvoor hebben verzonnen, en welke lesmaterialen zij in hun praktijk zelf al hebben ontwikkeld. En ook voor andere leraren die willen vernieuwen kan de beschrijving van zo'n leraar en zijn of haar praktijk inspirerend zijn.

Wij zitten nu voor wat betreft het leerplan Spreken/Luisteren voor de bovenbouw in de fase van vooronderzoek. In het literatuuronderzoek hebben wij ons vooral bezig gehouden met de vraag welke vormen van spreek- en luisteronderwijs wij opnemen in ons leerplan, en op grond waarvan. We hebben om die keuze te bepalen drie motieven onder de loep genomen :

  1. de aansluiting op de basisvorming, dus de longitudinaliteit van het spreek-en luisteronderwijs;

  2. de voorstellen van de CVEN (voordracht, debat, discussie of combinaties daarvan);

  3. de behoeften van vervolgonderwijs en vertegenwoordigers van de maatschappij (zoals gedestilleerd uit behoefte-onderzoek van Baltzer en anderen uit 1986 en 1988, van het LICOR en van De Glopper en Van Schooten uit 1991).

Na afweging van deze drie motieven zijn we tot de slotsom gekomen dat van ons leerplan deel uit zou moeten maken : het referaat (voordracht), het debat, de discussie, en het luisteren naar studiestof. Alleen het laatste onderdeel vormt een toevoeging aan de voorstellen van de CVEN.

Wij baseren de noodzaak ervan op enerzijds het doortrekken van de lijn van de basisvorming, anderzijds een duidelijk uit behoefte-onderzoek naar voren komende tendens.

Case-studies

Iets uitvoeriger wil ik ingaan op de acht case-studies die we op dit moment in behandeling hebben. In het schema hieronder ziet u op de verticale lijn de plaatsen van de scholen waar de cases uitgevoerd worden. Op de horizontale lijn ziet u de bewuste vakonderdelen waar de case betrekking op heeft.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties