taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Spreken en Luisteren in het Nederlands voorgezet onderwijs. Onderzoek en materiaalontwikkeling door de SLO (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

54   Helge Bonset

Referaat   Debat   Discussie   Luisteren naar studiestof

Huizen   + havo   vwo

Veendam   + 3   +

Zeist   ® 2 à 3

Tilburg

Bemmel   + 3 à 4

Den Bosch

Rotterdam   + (A 20-40%)

Amsterdam

(A 100%)

Een plusje betekent dat het bewuste vakonderdeel op de bewuste school gegeven wordt, het cirkeltje daaromheen betekent dat het ook deel uitmaakt van het schoolonderzoek. Een getal achter het plusje en cirkeltje voor referaat betekent dat het hier een groepsreferaat betreft. De aanduiding A 20-40% bij Rotterdam en A 100% bij Amsterdam geeft het percentage allochtone leerlingen aan.

Wat hebben wij voorlopig opgestoken uit deze cases ten behoeve van de ontwikkeling van ons leerplan Spreken/Luisteren ? De cases hebben vooral een oplossing gevonden voor het tijdsprobleem : dat is namelijk rond spreken en luisteren zeer nijpend. De CVEN wil slechts 10% van de bovenbouwtijd aan spreek- en luisteronderwijs geven. Wij van de SLO vinden 20% redelijker, op grond van de 15% tijd die het onderdeel heeft in de basisvorming, en de 25% die ervoor genoemd wordt in het behoefte-onderzoek van De Glopper en Van Schooten.

Maar hoe dan ook, een klas van 28 leerlingen oefenen en toetsen in het houden van een referaat bijvoorbeeld levert tijdgebrek op als je geen maatregelen treft. De cases hebben de volgende oplossingen gevonden voor het tijdsprobleem :

  1. Groepstaken : twee tot vier leerlingen werken samen en verdelen de totale taak. Geen 28 referaten dus, maar slechts 14, of 9, of 7. En evenredig minder tijd benodigd voor spreek- en luisteronderwijs. Bij het debat zijn de leerlingen vanzelf al getweeën, maar ook een debat tussen duo's is denkbaar, en dan treden dus vier leerlingen tegelijk op.

  2. Combinatie en ineenvlechting van taken. Veel cases doen referaat plus discussie : na afloop van het referaat discussieert een deel van de leerlingen over stellingen van de inleiders, een ander deel observeert. Ook mogelijk is referaat plus debat : twee inleiders houden samen het referaat en poneren samen een stelling; daarna pleit er een voor en een tegen de stelling, waarna beiden in twee rondes weer kunnen reageren op elkaars pleidooien. En ook referaat plus debat plus discussie komt voor : in het trioreferaat geeft een leerling algemene informatie over een zaak, de tweede leerling pleit voor een stelling met betrekking tot die zaak en de derde leerling pleit ertegen (ook weer in twee rondes). Daarna volgt een discussie met observatie over de stelling, door de hele klas. Op deze ineengevlochten wijze kun je de leerlingen meer taaltaken aanleren dan één (dus én referaat, én debat, én discussie) zonder dat de lestijd verdubbelt of verdrievoudigt.

  3. Combinatie met lees- en schrijfonderwijs, via met name de documentatiemap. In vrijwel alle cases houden de leerlingen hun referaat, debat en/of

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties