taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Leerlingen becommentariëren elkaars schrifprodukten (Chris Cuyves)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Leerlingen becommentariëren elkaars schrijfprodukten   61

oordelen in de klas gebeurt, heeft als voordeel dat je als leerkracht hier en daar wat leerlingen kan stimuleren om hun oordeel nog wat te verfijnen en te verduidelijken of om wat meer en duidelijker suggesties te geven voor het herschrijven. Bovendien kan je dan fungeren als vraagbaak en raadgever als de leerlingen bijvoorbeeld wel aanvoelen dat er iets verkeerd is, maar niet precies kunnen zeggen wat. Het spreekt vanzelf dat op dat moment niet alleen de leerkracht hulp kan bieden, maar zeker ook allerlei naslagwerken, waarin een en ander kan worden gecheckt.

3 Evaluatie van deze manier van werken

In wat volgt probeer ik een antwoord te vinden op de volgende vragen : (a) in hoeverre zijn de leerlingen in staat de teksten van hun medeleerlingen te becommentariëren en bruikbare suggesties te geven voor het herschrijven ervan ? (b) hoe ervaren leerlingen het om commentaar te geven op teksten van hun medeleerlingen ?

Ik ga hiervoor dieper in op mijn ervaringen in twee zesdejaarsklassen en maak gebruik van drie 'bronnen' : mijn observatie tijdens de evaluatie-uren; een beoordeling van een zestal evaluatieformulieren; een evaluatiegesprekje met een tiental willekeurig uit de drie klassen gekozen leerlingen.

De schrijfopdracht die ik de leerlingen gaf, betrof een (sterk informatieve) betogende tekst over een onderwerp waarover ze zelf een informatiepakket moesten samenstellen en waarover in de klas ook een discussie was gehouden.

Voor de steekproef maakte ik gebruik van drie commentaarformulieren van leerlingen van een 6e klas Latijn-Wetenschappen (vier uur Nederlands per week) en drie van leerlingen van een 6e Wetenschappelijke A (vijf uur Nederlands per week).

De resultaten van de steekproef zijn de volgende :

6e Latijn-Wetenschappen

Opstel 1 Beoordeling: A

De leerlingen beoordeelden de volgende aspecten inadequaat, wat hier wil zeggen dat ze de fouten over het hoofd zagen : vraag 3 (structuur), vraag 7 (omslachtigheid), vraag 14 (correctheid). De leerlingen 'beoordeelden' de andere aspecten correct. Dat wil zeggen dat ze die in orde bevonden en dat ze dat ook waren. Vraag is natuurlijk in hoeverre de beoordelaars die aspecten ook grondig hebben gecheckt en niet zomaar een 'ja' of 'ja !' hebben aangeduid. Een vermoeden dat wordt gesterkt door het feit dat slechts drie aspecten expliciet goed werden bevonden, d.w.z. dat daar enige commentaar aan toe werd gevoegd) : 8 (variatie in zinsbouw en zinslengte), 11 (inleiding) en 12 (aanvaardbaarheid, argumentatie).

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties