taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Leren lezen en schrijven door kijken en luisteren. Naar een nieuwe didactiek voor lees- en schrijfonderwijs (Michel Couzijn & Gert Rijlaarsdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

74   Michel Couzijn en Gert Rijlaarsdam

beelden kunnen hierbij een model-functie vervullen en de minder goede op mogelijke valkuilen wijzen. Met deze didactiek wordt enigszins aan de genoemde bezwaren a), b) en d) tot en met g) tegemoetgekomen.

Voor de observatie-lessen wordt gebruik gemaakt van videobanden, waarop leerlingen aan het werk te zien zijn. Hiervoor werden video-opnamen gemaakt van leerlingen uit HAVO-2 en VWO-3, die aan de lessen werkten en daarbij 'hardop dachten'. Zo ontstond er een arsenaal van geslaagde en minder geslaagde taakuitvoeringen. De opnamen zijn verwerkt in vier video-lessen, waarmee andere leerlingen op de hierboven beschreven wijze leren observeren/commentariëren.

2.2 Leren door feedback van medeleerlingen

De tweede experimentele didactiek, 'leren door leerlingfeedback' komt erop neer dat leerlingen zelf schrijf- of leesopdrachten uitvoeren en vervolgens direct commentaar ontvangen van 'communicatie-partners'. Dat wil zeggen : leerling-schrijvers ontvangen commentaar van leerling-lezers en vice versa.

Een leerling schrijft bijvoorbeeld een betoog waarin hij/zij drie argumenten voor een standpunt verwerkt. Vervolgens wordt deze tekst voorgelegd aan een andere leerling, die de tekst hardop leest met de opdracht tijdens het lezen standpunt en argumenten te identificeren. De schrijver luistert toe en ontvangt aldus min of meer 'live' commentaar op het gemak waarmee de tekstonderdelen te identificeren zijn. De schrijver stelt vervolgens vast wat er nog aan de tekst mankeert en doet een voorstel voor verbetering.

De lees-leerlingen doen iets soortgelijks : eerst analyseren zij de tekst van een medeleerling (hier : sporen standpunt en argumentatie op) en zien vervolgens –op video – hoe de schrijver de tekst schreef en wat daarbij de bedoeling was. Zo kunnen zij nagaan of ze de bedoeling van de schrijver hebben achterhaald, en zo niet, of dat aan gebreken van de tekst ligt of aan hun eigen analyse.

In deze didactiek staat eveneens het evalueren door leerlingen centraal, maar nu van de eigen schrijf- of leestaak. Het hardopdenk-commentaar van medeleerlingen wordt gebruikt als basis voor herziening van de eigen taak. Leerlingen zijn wel geen expert-beoordelaars zoals de docent, maar kunnen heel behoorlijk commentaar leveren als deze speciaal op de leerstof is gericht. Bovendien leren ze ook veel van het geven van commentaar; zo zijn lees- en schrijftaken geïntegreerd op een manier die voor beide partijen vrucht afwerpt. En als leerlingen elkaars werk leren becommentariëren (als oefening, niet voor een cijfer) kunnen docenten vaker lees- en schrijfoefeningen geven zonder dat ze overladen worden met correctiewerk. Zo wordt geprobeerd aan alle genoemde bezwaren a) tot en met g) tegemoet te komen.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties