taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Leren lezen en schrijven door kijken en luisteren. Naar een nieuwe didactiek voor lees- en schrijfonderwijs (Michel Couzijn & Gert Rijlaarsdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Leren lezen en schrijven door kijken en luisteren   75

3 De opbrengst van 'leren door doen' versus 'leren door observeren en commentariëren'

De afnames van het onderzoek, waaraan 225 Amsterdamse leerlingen meewerkten, werden in de loop van 1994 gehouden. Op dit moment zijn de resultaten beschikbaar van een vergelijking van de traditionele didactiek 'leren door oefenen' met de experimentele didactiek 'leren door observeren en commentariëren'.

We lieten twee groepen van elk dertig leerlingen de lessenreeks maken volgens de traditionele didactiek. De ene groep (TL, Toepassen in Leesopdrachten) werkte de theorie door en maakte daarbij de lees- en analyse-oefeningen, ongeveer zoals leerlingen normaliter uit een studieboek werken. De andere groep (TS, Toepassen in Schrijfopdrachten) bestudeerde precies dezelfde theorie, maar paste deze toe in een scala van korte schrijfoefeningen. De leerlingen werkten individueel en zelfstandig met behulp van werkboekjes en antwoordbladen. Er kwam geen docent aan te pas.

Twee andere groepen van dertig leerlingen, vergelijkbaar qua leeftijd en opleiding, volgden een experimentele didactiek. De eerste groep (OL, Observatie van Lezers) werkte ook de theorie door. De leesoefeningen in het werkboek maakten zij echter niet zelf; in plaats daarvan keken ze – individueel – naar video-opnames. Daarop deden twee leeftijdgenoten deze oefening voor; de een deed het daarbij wat beter dan de andere. De kijker moest vervolgens besluiten welke leerling de opdracht het beste had gedaan, en wat er minder goed was aan de andere leerling. Daardoor zagen de leerlingen zich genoodzaakt 'in de tekst te klimmen' en precies de moeilijkheid eruit te halen en te verwoorden. Leerlingen uit de tweede experimentele groep (OS, Observatie van Schrijvers) maakten dezelfde theorielessen en keken daarbij naar andere videobanden. Daarop waren leerlingen te zien die de schrijfoefeningen uit het werkboek maakten. Omdat de schrijvende leerling in beeld voortdurend hardop dacht, konden de kijkers goed volgen waar deze precies mee bezig was. Zo oefenden de 'experimentele' leerlingen met de stof : niet door zelf te lezen en te schrijven, maar door te kijken en te luisteren naar andere leerlingen.

Na afloop van de lessenreeks werden de leerlingen van de vier groepen getoetst. Alle leerlingen maakten een aantal toetsen waarbij zowel hun lees- als hun schrijfvaardigheid betreffende betogende teksten werd gemeten. De resultaten laten zich als volgt samenvatten :

  1. de leerlingen die lezers hadden geobserveerd (OL), scoorden op de lees- en analysetoetsen zo'n 20 tot 50% hoger dan leerlingen die op traditionele wijze de leesopdrachten hadden uitgevoerd (TL);

  2. een even groot effect deed zich voor bij de leerlingen die schrijvers aan het werk hadden gezien en becommentarieerd (OS) in vergelijking met de leerlingen die zelf veel hadden geschreven (TS).

In dit geval pakt het oefenen aan de hand van de videobanden dus effectiever uit dan het aloude leren-door-doen. Deze didactiek heeft in dit geval een hoger rendement, zowel voor lezen als voor schrijven.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties