taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Leren lezen en schrijven door kijken en luisteren. Naar een nieuwe didactiek voor lees- en schrijfonderwijs (Michel Couzijn & Gert Rijlaarsdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

76   Michel Couzijn en Gert Rijlaarsdam

Maar dat is nog niet alles. Een bijzonder transfer-effect deed zich voor. Dat wil zeggen : we gingen na in hoeverre de twee leesgroepen (TL en OL) nu beter hadden leren schrijven, en in hoeverre de twee schrijfgroepen (TS en OS) betere lezers waren geworden; een vorm van kruisbestuiving dus. Het volgende bleek : (c) de leerlingen die via de videoband schrijvers hadden geobserveerd en be-

commentarieerd (OS), scoorden op de lees- en analysetoets bijna dubbel zo

hoog als de leerlingen die zelf hadden geschreven (TS). Bovendien scoorden

zij de helft hoger dan leerlingen die zelf juist veel hadden gelezen en geana-

lyseerd (TL).

Met andere woorden : wie betogende teksten wil leren lezen en analyseren, lijkt meer gebaat bij het observeren van schrijvers dan bij het zelf maken van veel lees-en analyseoefeningen. Deze didactiek is dus niet alleen effectief maar verdient mogelijk ook het predikaat 'efficiënt' : je leert er zowel door schrijven als lezen.

4 Conclusie

'Leren door observeren en commentariëren' lijkt dus een goede kans te maken als didactische concurrent van 'leren door doen'. Leerlingen blijken van deze experimentele didactiek beduidend meer te leren, althans op het gebied van lezen en schrijven van betogende teksten. Bovendien slagen de leerlingen die schrijvers observeerden er wonderwel in om hun kennis ook in lees- en analyseopdrachten in te zetten. Zo'n didactiek is dus bij uitstek geschikt voor teksttypen die de leerling zowel receptief als produktief moet leren beheersen. Het centrale onderwerp van de lessenreeks, 'betogende teksten', werd dan ook om deze reden gekozen.

Daarnaast sluit de voorgestelde didactische werkwijze goed aan bij de huidige trends in het voortgezet onderwijs : leerlingen zelfstandiger en actiever laten werken, minder frontaal-klassikaal onderrichten. In ons onderzoek werkten de leerlingen individueel, zonder inhoudelijke hulp aan de oefeningen in het werkboek en op de videoband. De docent hoeft minder als 'klassikaal evaluator' actief te zijn en kan daardoor meer begeleiding geven aan wie dat nodig heeft.

Er passen ook enkele voorbehouden bij de hier gepresenteerde resultaten. Omdat het om een experimenteel onderzoek gaat, komen de leeromgevingen niet in alle opzichten overeen met de gewone schoolse omgeving. De video-leerlingen namen bijvoorbeeld in kleine groepjes (max. 6) deel aan het onderzoek en werkten met een hoofdtelefoon op, gezeten voor een video-afspeelapparaat. Niet alle scholen kunnen hun leerlingen zulke faciliteiten bieden. Het is echter zeer wel denkbaar dat, naarmate er meer zelfinstructiepakketten voor leerlingen beschikbaar komen, ook de scholen meer zullen investeren in leeromgevingen waarin leerlingen zelfstandig kunnen werken.

Een andere beperking is dat wij de didactieken slechts met één tekstsoort hebben beproefd. Voor betogende, argumentatieve teksten zijn vrij heldere regels te ge-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties