taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Leren lezen en schrijven door kijken en luisteren. Naar een nieuwe didactiek voor lees- en schrijfonderwijs (Michel Couzijn & Gert Rijlaarsdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

78   Michel Couzijn en Gert Rijlaarsdam

Lesidee 1: Instruerende Teksten

Doel:

Het leren schrijven van instruerende teksten (handleidingen, gebruiksaanwijzingen, opdrachten, recepten etc.)

Methode A:

Voorbereiding:

Verzin twee schrijfopdrachten voor een instruerende tekst. Voorbeelden : gebruiksaanwijzing bij het spoorboekje; gebruiksaanwijzing bij de thematische catalogus in de schoolbibliotheek. Men wake voor te gemakkelijke opdrachten.

le les:

De klas wordt gehalveerd: elke helft maakt één van beide opdrachten. Zo schrijft elke leerling een 'eerste versie'.

2e les:

Leerlingen worden gekoppeld : een `spoorboekje'-leerling geeft zijn tekst aan een 'catalogus'-leerling en vice versa.

Een van de twee leerlingen volgt nu de instructies op uit de tekst van de andere leerling. Bij het uitvoeren van deze opdracht vertelt hij hardop welke denkstappen hij zet en wat hij wel/niet begrijpt in de tekst. (Dit moet u klassikaal uitleggen of voordoen.) De schrijver van de tekst maakt notities tijdens het observeren van de lezer, maar dient zich te onthouden van commentaar. Vervolgens draaien de leerlingen de rollen om.

Huiswerk is: a) het maken van een lijstje van voorgestelde verbeteringen bij de eerste versie en b) het herschrijven van de eerste versie.

3e les:

De `spoorboekje'-leerlingen onderzoeken in groepjes welke verbeteringen bij verschillende leerlingen voorkwamen. Zij gebruiken hierbij de lijstjes a) van het huiswerk. De `catalogus'-leerlingen doen ditzelfde voor hun opdracht.

De resultaten worden klassikaal besproken.

Men verkrijgt zo voor elke schrijfopdracht een lijstje 'proefondervindelijke aandachtspunten'; daarnaast heeft elke leerling eenmaal geschreven, eenmaal geobserveerd, eenmaal herschreven en eenmaal gereflecteerd.

Methode B:

Als u het hardop denken door leerlingen riskant vindt, kunt u ook zelf in de bovenbeschreven 2e les optreden als hardop denkende lezer/gebruiker van de instructieteksten. Dat doet u dan klassikaal, waarbij u een of twee leerlingteksten per schrijfopdracht gebruikt. U maakt opzettelijk fouten als onduidelijke instructies u daartoe de ruimte laten. Deze methode vergt van u dat u zeer goed op de hoogte bent van de mogelijke en voorstelbare valkuilen in de teksten.

Nadat de leerlingen u als lezer hebben geobserveerd, proberen zij hun tekst weer te verbeteren en een lijstje wijzigingen aan te leggen.

Een alternatief is dat u enkele leerlingen voor de klas uitnodigt hardop de teksten te lezen/te gebruiken en er commentaar op te leveren.

Nodig:

3 lesuren

beide schrijfopdrachten in kopie

kopieën uit het spoorboekje

toegang tot de schoolbibliotheek

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties