taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 8 | Achtste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1995)


Bijdrage: Leren lezen en schrijven door kijken en luisteren. Naar een nieuwe didactiek voor lees- en schrijfonderwijs (Michel Couzijn & Gert Rijlaarsdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

Leren lezen en schrijven door kijken en luisteren   79

Lesidee 2: Betogende Teksten

Doel:

Het lezersgericht leren schrijven c.q. het `schrijversgericht leren lezen van betogende tek-

sten.

Methode A:

Opmerking:

De hier beschreven methoden zijn niet specifiek voor betogende teksten: elk teksttype kan op deze wijze worden geoefend. Essentieel is het observeren van andere leerlingen op het moment dat zij een schrijf- of leestaak hardop uitvoeren; de observerende leerling moet zich concentreren op de evaluatie ervan. Zeer belangrijk is dat de criteria die hij/zij moet hanteren welomschreven en herkenbaar zijn.

Voorbereiding:

De leerstof over de opbouw van betogende teksten moet zijn behandeld. (Een tekstschema zoals wij dit gebruiken in onze lessenreeks is hierbij erg nuttig.) U verzint nu twee schrijfopdrachten waarbij de leerlingen van de behandelde structuur gebruik moeten maken. Voorbeelden: een betoog over `de autovrije binnenstad' en een over 'het invoeren van schooluniformen'. In de opdracht staat vermeld dat alle onderdelen van het betoog aanwezig en herkenbaar moeten zijn.

De schrijf-les:

De klas wordt gehalveerd: elke helft maakt één van beide schrijfopdrachten. Zo schrijft elke leerling een 'eerste versie'.

De feedback-les:

Leerlingen worden gekoppeld: een 'binnenstad'-leerling geeft zijn tekst aan een `schooluniform'-leerling en vice versa.

De helft van de leerlingen krijgt nu tot taak de ontvangen tekst hardop te analyseren, bijvoorbeeld aan de hand van het tekstschema (of dit schema erbij gehouden mag worden is aan u ter beoordeling). Bij het uitvoeren van deze opdracht vertelt de analyserende leerling aan de schrijver welke denkstappen hij zet en op welke punten de analyse van de tekst moeilijkheden oplevert. De schrijver van de tekst maakt notities tijdens het observeren van de lezer, maar dient zich te onthouden van commentaar. Vervolgens draaien de rollen om. Zie verder voor het huiswerk en de 3e les: lesidee 1.

Nodig: 3 lesuren; beide schrijfopdrachten in kopie + tekstschema.

Methode B:

Ons onderzoek lijkt uit te wijzen dat het observeren van schrijvers efficiënter is dan van lezers, omdat de transfer van schrijven naar lezen hoger is. In een klas die gewend is aan groepswerk kunt u experimenteren met de volgende opzet:

u bereidt drie korte schrijfopdrachten voor, waarin de leerlingen pas behandelde theorie moeten inzetten. Bij de opdrachtenset maakt u een vel met expliciete beoordelingscriteria (bijv. in de vorm van vragen). De klas wordt verdeeld in groepjes van drie. Om de beurt voert een groepslid een schrijftaak uit, terwijl hij/zij hardop denkt. De beide anderen luisteren toe en noteren hun commentaar, o.a. aan de hand van uw beoordelingsvel. Pas wanneer alle drie de leerlingen aan de beurt zijn geweest, wordt het commentaar op elk van de drie schrijfopdrachten vergeleken; eerst in de groep en daarna klassikaal.

Nodig: (afh. van de omvang van de schrijftaak:) 1 uur schrijven, 1 uur nabespreken.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties