taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Zuidafrikaans binnen het schoolvak Nederlands (A.J. van Dijk)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZUIDAFRIKAANS BINNEN HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

A.J. van Dijk

1.   WAARNEMEN (1)

In 1948 publiceerde Olga Kirsch de bundel Mure van die Hart met als afsluitende gedicht:

Bij een bespreking van dit kwatrijn in de les kan men onderscheidenlijk aan de orde stellen: 1. het thema; 2. de context; 3. het literair-autonome karakter.

1. Het thema is de mentaliteit van apartheid. De bouwer van de bunker heeft, gevoed door haat en angst, een afwerende attitude ontwikkeld. Het blokhuis is een metafoor voor de mentaliteit van zijn bewoner. De eerste regels beschrijven het proces van exclusief denken, de derde regel presenteert de toestand van verkrampte buitensluiting, de vierde regel spreekt een oordeel uit over deze lager-houding: het muurschrift veroordeelt het totale gebrek aan responsiviteit.

Het woord muurskrif is een intertextuele verwijzing. De tekst op de wand is een sleutel-verwijzing naar Tenach. In het bijbelboek Daniël 5 wordt verhaald van de Perzische koning Belsazar, die feestviert tot op het moment dat een geheimzinnige hand een omineuze tekst op de muur schrijft. Mene mene tekel ufarsin: gewogen gewogen en te licht bevonden. De waarnemer vanuit de bunker (zijn geweer onder handbereik) durft de waarschuwing niet onder ogen te zien (er is een Zuid-Afrikaanse postzegel RSA 30c waarop het machtige schilderij van Rembrandt staat afgebeeld: de majestueuze koning Belsazar die terugdeinst als hij het teken aan de muur ziet schrijven).

109

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties