taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Exemplarisch werken met oude teksten, 'Jan van Beverley' (Mark Van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak Nederlands

exemplarisch staat voor andere teksten van die tijd: een knooppunt van ideeën, mentaliteiten en thema's; een vertegenwoordiger van de contemporaine geschiedenis, kunst en cultuur; in een laat-middeleeuwse 'Europese context' .

  1.    DIDACTIEK

Het zal niet verbazen dat deze aanpak niet meteen spoort met de beginsituatie van onze leerlingen. Willen we hen deze inhoud aanbieden, dan zullen we moeten zoeken naar een aangepaste didactiek. Dat is dansen op de slappe koord. Immers, "De meester mag enkel didactisch-methodisch dalen, niet inhoudelijk. De leerling moet (immers) klimmen." (H. Bekkering op HSN, 19.11.93). Daar moet dus een methode bij die de inhoud respecteert en die de leerlingen durft te gaan halen waar zij zitten, in 'het nu' ; hen meeneemt naar 'toen' en hen verrijkt terugbrengt naar nú.

  1.    LESVERLOOP IN DRIE FASEN (VAN ASSCHE 1992)

4.1   De perceptieve fase, de beleving van de leerlingen

De leerlingen vertrekken vanuit een directe verstaanswijze van de nieuwe tekst: hun actuele beleving en verwachtingshorizon. In deze fase halen de leerlingen de tekst naar zich toe, of niet. Als lezers verwonderen zij zich over de inhoud en de thematiek van de tekst en zetten zij die verwondering in vragen om. Dat is de gunstige situatie. Helaas komt het in deze fase vaak voor dat leerlingen de nieuwe tekst afwijzen, omdat de drempel tot de tekst te hoog ligt. In beide gevallen kan deze fase niet zonder voorbereiding: de leraar activeert de voorkennis van de leerlingen. Hierbij stoot hij op de dubbele afstand van de leerlingen: tegenover de tekst (talige barrière) en de thematiek (mentale barrière). Beide barrières rechtvaardigen een instap naar de tekst en de thematiek; in bepaalde gevallen is die instap zelfs noodzakelijk en gaat de `mentale' instap vooraf aan de instap naar de tekst.

Van Jan van Beverley bestaat overigens geen moderne hertaling; om de taalbarrière op te lossen, zullen we bepaalde gedeelten (of de hele tekst - een 560 verzen, afgewisseld met een kleine 400 prozaregels) zelf moeten omzetten. Een alternatieve oplossing kan erin bestaan dat we het verhaal vertellen aan de hand van de acht houtsneden van de tekst.

12

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties