taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Taalbeleid in de praktijk van een Bredase MBO-school (Mazze van Hoboken & Mirjam Tuinder)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Taalbeleid in de praktijk van een Bredase mbo-school

Die docent heeft, zoals we net gehoord hebben, zijn handen vol aan het beantwoorden van soms steeds weer dezelfde vragen, en heeft vaak ook geen mogelijkheden om de leerlingen te helpen als hij wel de problemen onderkent. En zelfs als hij er wel aan tegemoet kan komen, zitten de leerlingen in de volgende les weer met hetzelfde probleem. Want ook het toepassen van wat je bij het ene vak geleerd hebt op een ander vak, is een vaardigheid die deze leerlingen zelden beheersen. En daar komen we terug bij het taalbeleid: het aanbrengen van samenhang in specifieke maatregelen. Maatregelen om ervoor te zorgen dat de leerling wèl raad weet met al die teksten. Maatregelen om ervoor te zorgen dat de docent meer kan doen dan brandjes blussen. En dat structureel en in samenhang.

Concreet betekent dit dat er bijvoorbeeld binnen het kader van taalbeleid (na het stellen van de diagnose, het bepalen van de prioriteiten voor de afdeling waar de werkgroep werkzaam is en het opstellen van een plan om die prioriteiten aan te pakken) gewerkt kan worden aan de volgende onderwerpen:

  •  toetsselectie (bijvoorbeeld ten behoeve van intake): welke toetsen zijn er, welke vaardigheden (taal- of rekenvaardigheden maar ook studie- of sociale vaardigheden) moeten leerlingen beheersen om deze opleiding met succes te kunnen afronden, waar kunnen we een adequaat programma op bieden bij gebleken hiaten etc. etc.;

  •  toetsontwikkeling: wat willen we de cursisten vragen, hoe formuleren we de vraag zo dat dat inderdaad gebeurt, hoe maken we afleiders bij mc-vragen die niet de leesvaardigheid van de cursist toetsen maar de kennis etc. etc.;

  •  huiswerk: op welke wijze geven docenten huiswerk op (bestudeer, lees, bekijk, werk door...), wat bedoelen ze ermee, hoe maken we dat eenduidig zodat de leerlingen weten wat er van ze gevraagd wordt...;

  •  nascholing: wat zijn schoolse taalvaardigheden, wat is vaktaal en wie moet dat onderwijzen, op welke manier kan een docent differentiëren binnen de mogelijkheden die hij heeft, hoe kan transfer van vaardigheden tot stand komen;

  •  samenwerking tussen docenten Nederlands en vakdocenten: wat is het belang van samenwerking, hoe kan dit organisatorisch vorm krijgen, waarover wordt overlegd, door wie precies.

Op ieder van de gekozen onderwerpen wordt met de werkgroep uitgebreid ingegaan. Soms betreft het organisatorische onderwerpen, soms gaat het om inhoudelijk zaken. Wat belangrijk is, is dat

149

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties