taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Spreken en luisteren in de tweede fase (Rudi Liebrand)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

SPREKEN ÈN LUISTEREN IN DE TWEEDE FASE

Rudi Liebrand

In de nieuwe examenprogramma's voor havo/vwo nemen de mondelinge taalvaardigheden een ruime plaats in. Scholen zullen in de tweede fase onderwijs moeten geven in spreken en luisteren. De vakontwikkelgroep Nederlands (VOG 1995) die de examenprogramma's heeft opgesteld, laat de scholen de keuze tussen voordracht, discussie of een combinatie van beide. Op het Over-Betuwe College te Bemmel hebben we gekozen voor de combinatievariant. Een praktijkverslag.

  1.     OPZET

In het schoolonderzoek wordt op het Over-Betuwe College een combinatie van betogende voordracht en probleemoplossende discussie getoetst. De toets ziet er als volgt uit. In een sessie van één lesuur zijn twee groepen van drie á vier leerlingen aanwezig. Eerst houdt groep 1 een betogende groepsvoordracht. Het betoog is opgebouwd rond een stelling over een zelfgekozen onderwerp. Er volgt een probleemoplossende discussie over de stelling tussen leden van de 'voordrachtgroep' en de tweede groep, de `responsgroep' met als doel te komen tot een gemeenschappelijk standpunt. In het tweede deel van het lesuur worden de rollen omgekeerd: een voordracht door groep twee, gevolgd door een discussie over de stelling van deze groep.

Het onderwijs in spreken en luisteren in de tweede fase is geheel en al gericht op training van de taaltaken, betogende voordracht en probleemoplossende discussie.

  1.     ORGANISATIE

De lessenverdeling is als volgt. In havo-4 en havo-5 worden per jaar vijftien lessen besteed aan spreken en luisteren. Op het atheneum zijn in klas 4 acht, in klas 5 vijftien en in klas 6 dertien lessen voor de mondelinge taalvaardigheden gereserveerd. Gegeven het totale aantal reëel besteedbare lessen betekent dit 11% in het vwo en 13% op de havo.

219

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties