taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Wat pleit er tegen argumentatieleer op school? (Antoine Braet)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het werkstuk werkt (in de tweede fase)

WAT PLEIT ER TEGEN ARGUMENTATIELEER OP SCHOOL?

Antoine Braet

Het moedertaalonderwijs op havo-vwo heeft het heel lang zonder argumentatieleer kunnen stellen. Wat zeg ik, de meeste docenten doen het nog steeds zonder. Zelfs de gebruikers van het schoolboek dat de grootste aandacht aan argumentatieleer besteedt, Taaldaden, laten dit onderdeel meestal links liggen. Herhaald gebruikersonderzoek van onder anderen Oostdam (1991:44) heeft namelijk uitgewezen dat zij de hoofdstukken over argumentatieleer veelal overslaan. Nu zal men zeggen dat dit komt doordat argumentatieleer nog geen onderdeel is van de examenstof. Ongetwijfeld, heeft dit er veel mee te maken en dat is ook precies waarover ik het wil hebben: moet argumentatieleer opgenomen worden in de nieuwe examenprogramma's Nederlands voor havo-vwo? (Voor de mensen die het niet hebben bijgehouden: sinds 1991 zijn er door twee verschillende overheidscommissies (de CVEN en de VOG-N) twee verschillende voorstellen voor programma's gedaan, maar definitief vastgesteld is er - met het oog op de invoering van de nieuwe. Tweede Fase in 1998 - nog niets.)

Mijn stelling is dat bij de introductie van argumentatieleer grote terughoudendheid op zijn plaats is. Er pleit namelijk nogal wat tegen argumentatieleer in de bovenbouwlessen en de examens Nederlands. Ik zal dat hieronder toelichten, maar vooraf merk ik op dat de bewijslast niet bij mij als twijfelaar ligt. De voorstanders van introductie van argumentatieleer, zo leert een belangrijke regel uit diezelfde leer, hebben de bewijslast. Het feit dat die voorstanders hun bewijslast nog onvoldoende hebben opgenomen, maakt mijn betoog op dit moment strikt genomen zelfs prematuur.

Hoe bepaal je of iets thuishoort in een examenprogramma? Tegenwoordig laat de overheid zich daarbij graag leiden door de uitkomsten van behoeftenonderzoeken onder relevante geledingen van de samenleving, in het bijzonder het hoger onderwijs en potentiële werkgevers (zie CVEN-rapport 1991, hoofdstuk 3). Zelfs bij een ruime omschrijving van 'behoefte' heeft deze benadering het nadeel dat de schoolstof tot het praktisch nuttige gereduceerd dreigt te worden. Misschien is daarom (een verstandige interpreta-

39

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties