taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Wat pleit er tegen argumentatieleer op school? (Antoine Braet)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak Nederlands

Volgens de argumentatieleer hebben we hier te maken met causaal-voorspellende argumentatie: het standpunt (1) is een voorspelling op basis van een oorzaak die in (2) als argument wordt aangevoerd. Nadat een kritische beoordelaar deze analyse heeft gemaakt, kan hij zich gaan afvragen of de argumentatie klopt. Daartoe moet hij de argumentatie volgens de argumentatieleer toetsen aan beoordelingsmaatstaven die gelden voor causale voorspellingen. Eén van die maatstaven is: zijn er omstandigheden denkbaar waardoor het veronderstelde gevolg in dit geval niet zal optreden (vgl. Schellens 1985, 110). Met het aanreiken van de maatstaf is de argumentatieleer aan het einde van haar Latijn. Ze kan de kritische lezer geen uitsluitsel geven over het al dan niet aanwezig zijn van omstandigheden waardoor de argumentatie niet opgaat.

Contrasteer deze analyse en beoordeling met behulp van de argumentatieleer eens met die van gewone lezers, respectievelijk van deskundige volwassenen en van ondeskundige leerlingen. De reactie van de onderwijssocioloog Dronkers was dat andere factoren, zoals het toenemend gebruik van de universiteit als huwelijksmarkt, de neergang door demografische ontwikkelingen gemakkelijk zal compenseren. Leerlingen zouden, als ze al niet geblokkeerd zijn door het moeilijke woord 'demografisch', niet zo snel op :deze 'storende variabele' komen. Daarvoor schiet hun sociologische kennis waarschijnlijk tekort.

Wat we hier zien, is dat een volwassen en inhoudelijk ingevoerde lezer zonder - mag men aannemen - kennis van de argumentatieleer en zonder bewuste analyse van de argumentatie als causaal-voorspellend en het bewust langslopen van evaluatiecriteria meteen ter zake weet te reageren. De leerling daarentegen zou zelfs na een tamelijk pittige argumentatiecursus op basis van Schellens pas als hij geen interpretatieproblemen had tot een goede analyse kunnen komen. Vervolgens zou hij met behulp van de beoordelingsmaatstaven toch nog geen inhoudelijke kritiek kunnen formuleren. Voor de volwassen deskundige lijkt de argumentatieleer overbodig, voor de ondeskundige leerling - voorzover hanteerbaar - ontoereikend.

Mijn conclusie is dat de argumentatieleer, zelfs op het meestbelovende terrein, dat van de leestaken, misschien toch minder doel-

46

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties