taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Wat pleit er tegen argumentatieleer op school? (Antoine Braet)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het werkstuk werkt (in de tweede fase)

treffend is dan men wel denkt. Ten eerste vooronderstelt ze dat leerlingen tot interpreteren in staat zijn, wat alleen al door gebrekkige woord- en wereldkennis vaak niet het geval is. En ten tweede voegt ze weinig toe aan een juiste interpretatie en intuïtieve beoordeling door een inhoudelijk deskundige; bij het beoordelen komt ze zelfs minder ver dan zo'n deskundige.

Voorbijgaand aan zeker niet te onderschatten, maar tijdelijke invoeringsproblemen sta ik tot slot nog stil bij een paar negatieve effecten van een te ongebreidelde invoering van argumentatie-leer. Een daarvan heb ik al genoemd. In het kielzog van de receptief georiënteerde toonaangevende argumentatieleren zou ook het moedertaalonderwijs wel eens veel te veel aandacht aan lezen kunnen blijven besteden - zeker gezien de toekomstige bevoorrechting van leesvaardigheid in het nieuwe centrale examen. Net alsof er nog niet genoeg factoren zijn die leiden tot veel te weinig schrijf- en spreekonderwijs, dreigt de argumentatieleer daar nog een factor aan toe te voegen. 'Meer schrijven en spreken?' zal de docent zeggen. 'Daar heb ik geen tijd voor, want ik moet mijn leerlingen teksten in argumentatie-boomstructuren leren omzetten.' Of (dat zal hij niet zo snel hardop zeggen): 'Geef mij maar boomstructuren, dat doceert makkelijker en kijkt veel sneller na dan een opstel' .

Maar ik ben niet alleen bang dat het accent op de receptieve in plaats van de productieve gelegd zal worden. Minstens zo zorgelijk is dat uit het oog verloren dreigt te worden dat maar 20% van de problematische geachte taaltaken met argumentatie te maken heeft. De introductie van argumentatieleer, zo vrees ik, zou wel eens kunnen leiden tot onevenredige aandacht voor die 20%. En dat ten koste van een hele reeks rapporterende en beschouwende taken die, gezamenlijk, in principe vier keer zoveel aandacht verdienen als de argumentatieve.

Ik ben er dus beducht voor dat ondoordachte invoering van argumentatieleer zal leiden tot verkeerde prioriteiten in het taalvaardigheidsonderwijs. Maar het moedertaalonderwijs is meer, of zou meer moeten zijn dan taalvaardigheidsonderwijs. Het zou, in de bovenbouw van havo-vwo, ook heel substantieel literatuuronderwij s moeten blijven en een beetje substantieel taalkunde-onderwijs moeten worden. In beide opzichten ziet het er, gezien de meeste recente voorstellen, slecht uit. Nu wil ik ook dit niet in de schoenen van argumentatietheoretici schuiven. Voor zover ik ze ken, hebben zij niets tegen letterkunde en taalkunde. Dit neemt echter

47

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties