taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Taakgericht onderwijs: de puntjes op de i (Kris Van den Branden)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak Nederlands

digheid die de leerder reeds heeft opgebouwd en de taalvaardigheid die vereist is om de taak naar behoren uit te voeren.

  1. Het motivationeel aspect houdt in dat de leerder intrinsiek (!) gemotiveerd is om de taak uit te voeren, en om daarbij de taal te gebruiken, receptief of productief. Taken kunnen intrinsiek motiverend zijn omdat ze nauw aansluiten bij wat de taalleer-der in de buitenwereld moet aankunnen met de te leren taal (bv. een sollicitatiebrief schrijven; een bankrekening openen), of omdat de leerder ze als interessant en boeiend ervaart (bv. het bakken van kaneelkoekjes of het oplossen van een raadsel). Wat voor de ene categorie van taalleerders boeiend is, is dat daarom nog niet voor een andere. Vandaar dat Long en Crookes (1992) benadrukken dat, idealiter, taakgericht onderwijs vertrekt vanuit een gedegen analyse van de behoeften en interesses van de taalleerders aan wie men onderwijs dient te verschaffen.

  2. Het natuurlijk interactioneel aspect houdt in dat de taak aanleiding geeft tot natuurlijke communicatie tussen verschillende taalgebruikers. Dit is belangrijk omdat precies binnen die interactie de kloof waarmee taalleerders worden geconfronteerd kan worden gedicht. Taalleerders kunnen er soms wel individueel toe komen om kloven te dichten: zo kunnen ze vanuit hun kennis van de wereld of vanuit de talige context de betekenis van een voor hen onbekend woord ontrafelen. Vaak echter zullen de individuele inspanningen van de taalleerder niet volstaan, en zal een gesprekspartner moeten helpen bij het begrijpelijk maken van onbekend taalaanbod of het produceren van taaluitingen. Meer zelfs, het zijn precies de momenten waarop de leerder er niet in slaagt datgene met taal te doen wat hij ermee zou willen doen, die een vruchtbare bodem vormen voor het verder uitbouwen van taalvaardigheid. Problemen met taalgebruik vormen, met andere woorden, uitgelezen kansen voor de uitbreiding van taalvaardigheid, mits die taalgebruiksproblemen worden opgelost.

  3. Het integratief aspect houdt in dat de vier vaardigheden, en de verschillende elementen waaruit taal is opgebouwd, vaak geïntegreerd aan bod komen. Dat is immers ook zo binnen natuurlijke interactie: tijdens een dialoog moet men zowel luisteren als spreken, bij het schrijven van een sollicitatiebrief moet men ook de vacaturemelding nauwkeurig gelezen hebben. Ook de elementen waarop andere didactische benaderingen bogen, zoals woorden of grammaticale regels, komen binnen dergelijke taken geïntegreerd voor; bovendien vertonen ze zich in hun 'natuurlijke gedaante' : als middelen

54

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties