taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Taakgericht onderwijs: de puntjes op de i (Kris Van den Branden)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak Nederlands

3.   BINNEN TAAKGERICHT ONDERWIJS GEEN EXPLICIETE MOMENTEN?

Als taalleerders het systeem van de taal analyseren vanuit functioneel taalgebruik binnen het uitvoeren van taken, heeft het dan zin om expliciete informatie te geven over dat systeem? Is dat geen 'binnenweg' die gezien de beperkte tijd die taalleerders in de klas spenderen noodzakelijk is?

Expliciet onderwijs, of het nu de vorm aanneemt van grammaticaonderwijs of van onderwijs in leer-, lees- en andere strategieën, is geen noodzakelijke voorwaarde voor succesvolle taalverwerving, getuige de succesvolle eerste-taalverwerving van kinderen in alle uithoeken van de wereld. Dat betekent echter nog niet dat expliciete aandacht uit den boze of onnuttig is, ook niet binnen taakgericht onderwijs. Essentieel is wel de plaats die expliciete momenten toebedeeld krijgen. Binnen taakgericht onderwijs dienen expliciete momenten, in alle opzichten, taak-gerelateerd te zijn: het expliciet stilstaan bij een taalelement of een leesstrategie dient rechtstreeks voort te vloeien uit doelstellingen én processen die met exact dezelfde termen worden omschreven, namelijk het uitvoeren van taken (en meer bepaald, het uitvoeren van het soort taken die aan de vier bovenvermelde criteria voldoen). Vaak zullen problemen bij het uitvoeren van zulke taken een zeer geschikte aanleiding vormen voor expliciete momenten: wanneer het onvermogen om een bepaalde uitdrukking of grammaticale constructie te begrijpen of te produceren, of het onvermogen om een bepaalde leesstrategie toe te passen, de uitvoering van een taak in de weg staan, zal gepaste expliciete informatie voor de leerder als relevant en onmiddellijk toepasbaar ervaren worden. Hieruit volgt ook dat expliciete momenten in taakgericht onderwijs vaak een incidenteel karakter hebben, en vaak door de leerder(s) geïnitieerd worden.

De vraag hoe groot het effect van expliciete momenten op de uitbouw van taalvaardigheid is, staat op dit moment bovenaan de agenda van vele onderzoekers die zich bezighouden met taalverwerving en taalonderwijs. Dat geldt ook voor de vraag hoe die expliciete instructie dan precies moet worden opgezet, en of ze voor alle soorten leerders even geschikt is. Er zijn op dit moment nog meer vragen dan antwoorden, al komen er steeds meer aanduidingen dat expliciete instructie buiten een communicatieve context om voor het gros van de leerders weinig of geen zoden aan de dijk brengt (o.a. Lightbown and Spada 1990; Van Patten and Cadierno 1993; Fotos 1994).

56

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties