taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Taakgericht onderwijs: de puntjes op de i (Kris Van den Branden)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Taakgericht onderwijs: de puntjes op de i

4.   TAAKGERICHT ONDERWIJS: EEN ONMOGELIJKE OPGAVE VOOR DE LEERKRACHT?

Inherent aan taakgericht onderwijs is dat het naar leerlingen toe activerend werkt; leerders worden niet aangezien als passieve recipiënten, als holle vaten waar kennis in moet worden gegoten, maar als actieve informatieverzamelaars, als mensen die dingen met taal doen (Jaspaert 1996a). Om alle leerders actief bij het uitvoeren van de taak te betrekken, zal vaak een beroep gedaan worden op groepswerk, of zal de leerkracht tijdens klassikale momenten het denk- en zoekwerk aan de leerders overlaten, eerder dan het op een gouden dienblaadje voor te schotelen. De leerkracht wordt daardoor meer begeleider dan leider; de taak van de leerkracht bestaat erin leerlingen met motiverende taken te confronteren en hen bij te staan bij de uitvoering ervan. Dat betekent dat hij in staat moet zijn om individuele problemen van leerders bij het uitvoeren van de taak op te sporen, en hen bij te staan om die problemen op te lossen.

Vaak weerklinkt de verzuchting dat de leerkracht binnen taakgericht onderwijs 'geïdealiseerd' wordt: de leerkracht die taakgericht onderwijs succesvol wil implementeren, moet blijkbaar beschikken over een schitterende fysieke conditie, een onuitputtelijke bron van vindingrijkheid, optimisme en enthousiasme, over zestien luisterende oren en vier paar armen om alle leerlingen of groepjes op hun wenken te bedienen, over een dosis helderziendheid om op tijd op problemen te anticiperen, en over een zee van tijd buiten zijn lesuren om zijn lessen voor te bereiden en de vorderingen van zijn leerlingen in te schatten. De ruimte ontbreekt me om deze karikatuur tot menselijke proporties terug te brengen (maar zie Van Avermaet 1996); ik wil hier wel benadrukken dat, wat de leerkracht betreft, taakgericht onderwijs eerst en vooral een kwestie is van een consequent doorgevoerde leerling-gerichte houding, eerder dan van een aantal supertalenten of handige technieken. En ik wil hier zeer sterk benadrukken dat de implementatie van taakgericht onderwijs niet alleen een kwestie van de leerkracht is. De leerkracht moet zich ondersteund weten door materiaalontwikkelaars die hem voorzien van bruikbare taken en werkvormen; hij moet steeds terecht kunnen bij zijn collega's die, net als hij, met vallen en opstaan hun onderwijs taakgerichter maken; door zijn directie die hem toelaat dat het in de klas af en toe rumoerig wordt; door de begeleiding die meedenkt en constructieve feedback geeft; door toetsontwikkelaars die de leerkracht instrumenten in handen spelen waarmee hij de taal-

57

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties