taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 9 | Negende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1996)


Bijdrage: Eerste opvang anderstalige nieuwkomers (Hilde Broekaert & Goedele Duran)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

EERSTE OPVANG ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS

Hilde Broekaert en Goedele Duran

BEELDT U ZICH EENS IN...

Beeldt u zich eens in dat u voor een klas anderstalige nieuwkomers staat op de eerste schooldag. Uw leerlingen begrijpen absoluut geen Nederlands. Zij hebben een verschillende moedertaal. Zij kunnen niet allemaal lezen en schrijven. Sommige leerlingen zijn nog nooit naar school geweest. Misschien voelen zij zich onveilig en onzeker in de nieuwe schoolomgeving. Ze moeten ook wennen aan elkaar. De leerlingen in uw klas hebben een uiteenlopende leeftijd. (Wij schetsen hier de slechtst mogelijke situatie. Natuurlijk zijn er klassen met een betere aanvangspositie.)

Beeldt u zich ook in dat u de volgende doelstelling moet realiseren in deze klas: de leerlingen voorbereiden op instroom in de reguliere klas. Dat betekent dat de leerlingen na één jaar alle boodschappen die in een klas verstuurd worden met betrekking tot leerstof moeten kunnen begrijpen en verwerken.

Doorgaans starten leerkrachten dan met het aanleren van de basiswoordenschat en de basisgrammatica van het Nederlands. Die `basiswoordenschat' bevat alledaagse woorden als 'kachel', `sok', 'hond' . Dit zijn echter geen woorden die de leerlingen helpen om schoolse boodschappen te begrijpen. Veel leerlingen kunnen ook niet omgaan met de basisgrammatica. Misschien leren de leerlingen de regels van de grammatica wel van buiten. Ze toepassen en nieuwe zinnen met een bepaalde structuur bedenken, is een andere zaak. In het beste geval komen de leerlingen tot reproductie. En zelfs dat is twijfelachtig. Leren door systeeminformatie kan immers ten vroegste vanaf 10-12 jaar, voor leerlingen in een achterstandspositie komt die leeftijd nog later. Sommige mensen leren nooit omgaan met systeeminformatie (zie Donaldson, 1992). Talen leren door systeeminformatie kan ook pas als een leerder eerst geleerd heeft om een systeem toe te passen op een taal die hij goed kent. Anderstalige nieuwkomers kennen bovendien geen Nederlands, de taal waarin de regels uitgelegd worden. Er rest nog een vierde probleem bij het leren van het Nederlands door systeeminformatie: om in te kunnen stromen in het regulier onderwijs moeten leerlingen niet in de eerste plaats

61

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties